artikel

Energiezuinig bouwen als motor voor groei

bouwbreed

Energiezuinig bouwen als motor voor groei

Investeren in energiebesparing levert alleen maar voordelen op. Een hoog rendement in meer economische activiteit, meer werkgelegenheid, lagere energiefacturen, beperking van onze energie-afhankelijkheid en verbetering van onze leefomstandigheden. Via de bouwsector sterker uit de crisis komen, vindt Jan te Bos.

Energieverbruik in de gebouwde omgeving werd, tot voor kort, nog voornamelijk gezien als deel van klimaatbeleid en reductie van de CO 2 -uitstoot. Steeds meer wordt echter duidelijk dat het op peil brengen van de energieprestatie van onze gebouwen ook vanuit economisch en sociaal perspectief een politieke prioriteit moet zijn. De praktijk heeft allang bewezen dat het werkt.

In Duitsland heeft elke euro van het 1,4 miljard geinvesteerde publieke vermogen via het KfW-investeringsprogramma voor energiezuinig bouwen en renoveren 4 tot 5 euro aan inkomsten voor de overheid gegenereerd en 340.000 lokale banen in de bouw, alleen al in 2010. Meer economische activiteit, meer btw-inkomsten, lagere werkeloosheidsuitkeringen. Een recente studie van Copenhagen Economics bevestigt dat gericht investeren in renovatie in de EU per jaar tot 175 miljard euro kan opbrengen verdeeld over lagere energiefacturen, dalende uitgaven aan subsidies, minder luchtvervuiling plus een algemene toename in bnp. Return-on-investment om in de huidige economische omstandigheden van te watertanden.

Ook Europa wordt zich steeds meer bewust van het potentieel van energiezuinig bouwen en verbouwen. De onlangs aangescherpte Richtlijn Energie Prestatie Gebouwen (REPG/EPBD) en de Energie Efficiëntie Richtlijn (EER/EED) bevatten diverse maatregelen die helpen om kosteneffectieve initiatieven te nemen in nieuwbouw en renovatie, zoals bindende bepalingen voor kost-optimale minimumeisen voor nieuwbouw en renovatie en het ontwikkelen van een robuuste langetermijnvisie (2050) voor de woningvoorraad. Hierbij gaat het allang niet meer alleen om klimaat maar vooral om economische groei, concurrentiekracht en het duurzaam gebruik van steeds schaarsere natuurlijke hulpbronnen.

Sleutelrol

De EER voorziet dat per 30 april 2014 alle EU-lidstaten een strategische visie moeten presenteren voor het stimuleren van investeringen in de renovatie van gebouwen. Dit omvat ook een inventarisatie van de woningvoorraad en een identificatie van kostenefficiënte benaderingen voor renovaties per type gebouw en klimaatzone. Ook zal deze visie oplossingen moeten aandragen voor de financiële drempels voor particulieren en bedrijven en de betrokken financiële instellingen. Een uitgelezen mogelijkheid voor een brede discussie met een sleutelrol voor de bouwsector. Een grote klus, maar vooral een investering in de toekomst.

De gebouwde omgeving gebruikt 40 procent van alle energie en het is simpelweg onontkoombaar dit omlaag te brengen voor een toekomstbestendig Europees en nationaal energie- en grondstoffenbeleid. Waarom zouden we deze uitdaging niet tegelijkertijd gebruiken als impuls voor de bouwsector en dus de economie in het algemeen?

De uitdaging is groot, maar niet onmogelijk. Nieuwbouw betreft slechts omstreeks 1 procent van de woningvoorraad per jaar en is al energiezuiniger dan bestaande gebouwen. De grootste bijdrage zal moeten komen vanuit de renovatie van bestaande gebouwen. Om werkelijk vooruitgang te boeken is ambitie noodzakelijk, qua tempo maar ook qua maximalisatie van de energieprestatie. Het aantal renovaties zal omhoog moeten naar minstens 3 procent van de gebouwen per jaar, niet vergetende dat alleen diepe renovaties ertoe leiden dat we klimaat- en economische doelen halen. Een dubbele uitdaging dus, maar wel een die grote kansen biedt voor de bouwsector.

Het is positief dat Nederland deze weg al ingeslagen is, door bijvoorbeeld de SER maar ook door het aangekondigde revolverende Energiebesparingsfonds, de btw-verlaging op renovatie en de algemene maatregelen gericht op de woningmarkt; dit zijn belangrijke bouwstenen voor zo’n solide langetermijnvisie. Het past bij een trend die ook in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk reeds weerspiegeling krijgt in concreet overheidsbeleid: via de bouwsector sterker uit de crisis. Beter laat dan nooit.

Jan te Bos, Algemeen directeur van Eurima, de Europese branchevereniging van glas- en steenwolisolatiefabrikanten

Donderdag organiseert Cobouw samen met NLingenieurs, de NVTB en het ministerie van BZK een debat over energiebesparing in de gebouwde omgeving. Minister Blok en Coen van Oostrom (OVG) zijn de inleidende sprekers. www.bouwpoort.org

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels