artikel

Onheus gedrag opdrachtgever reden voor ontbinding

bouwbreed

Op 5 maart 2013 (LJN: BZ3304) heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage een aardige uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage bekrachtigd. De Rechtbank had geoordeeld dat de opdrachtgever zich zodanig onheus jegens de aannemer had gedragen, dat van de aannemer de verdere uitvoering van de overeenkomst niet kon worden gevergd. De aannemer was om die reden gerechtigd de overeenkomst te ontbinden.

Twee particulieren hadden de aannemer opdracht gegeven tot het realiseren van een aanbouw aan de achterzijde van hun woning. Tijdens de bouw bleek dat de tegelvloer hoger zou uitkomen dan de bestaande parketvloer. Aanvankelijk zouden de opdrachtgevers deze wijze van aanleg hebben geaccepteerd, doch op het moment dat de tegelvloer gereed was vonden ze het verschil (toch) niet acceptabel. Partijen hebben toen de afspraak gemaakt dat de aannemer de tegelvloer zou verwijderen en de opdrachtgevers een tegelzetter zouden inschakelen en zij zelf de benodigde tegels zouden aanschaffen. Naar de mening van de opdrachtgevers kwam de aannemer deze afspraak (evenals eerdere afspraken) niet naar behoren na. Eén van de opdrachtgevers heeft vervolgens (opnieuw) aan haar ongenoegen uiting gegeven zowel aan de directeur van het aannemersbedrijf, alsmede aan diens vrouw (in het weekend op het huisadres). Na dit optreden heeft de aannemer de ontbinding van de aannemingsovereenkomst ingeroepen.

Het Gerechtshof is van oordeel dat de aannemer de wijze waarop het ongenoegen was geuit niet hoefde te accepteren. Door dit optreden was het laatste restje vertrouwen dat de aannemer had om het ontstane geschil in goed overleg op te lossen verdwenen. Tevens was niet te voorzien dat hierin nog verandering zou komen. Het Gerechtshof vindt daarom dat de aannemer gerechtigd was de aannemingsovereenkomst – voor dat deel dat nog niet was nagekomen – te ontbinden. Gelet op de (geëscaleerde) onderlinge verhoudingen kon naar het oordeel van het Gerechtshof niet meer in redelijkheid van de aannemer worden verlangd dat hij het werk afmaakte.

Wat de onheuze bejegening is geweest, vermeldt de uitspraak niet. Dit zal moeten blijken uit de getuigenverhoren die voor de rechtbank zijn gehouden. Aangenomen mag worden dat de opdrachtgever het wel erg bont heeft gemaakt om het optreden als wanprestatie te kunnen kwalificeren.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels