artikel

Kabinet baseert beleid op fout CPB-model

bouwbreed

Johan Conijn en Frans Schilder, verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate, stelden een rapport op over de vraag naar woondiensten en de betaalbaarheid in de huursector. Zij maakten gehakt van het woningmarkmodel dat het CPB hanteert. De Tweede Kamer had dit rapport moeten bespreken, vindt Hugo Priemus.

‘Coalitie laat Blok niet vallen over rapport Johan Conijn’, meldde Cobouw op 1 maart 2013. De meerderheid van de Tweede Kamer vond niet dat minister Blok de Kamer onvolledig had geïnformeerd over de conclusie van Conijn dat extra huurverhogingen leiden tot vraaguitval naar huurwoningen. En niet tot een toename van de huurvraag, zoals het CPB-woningmarktmodel veronderstelt. De conclusie van de Tweede Kamer kan ik billijken: minister Blok zendt mij nooit een rapport, maar ik meen dat het mogelijk is om toch redelijk goed geïnformeerd te zijn over de effecten van woningmarktbeleid.

Wat echter onbegrijpelijk is, acht ik het feit dat het debat in de Tweede Kamer niet over de inhoud van het rapport van Conijn ging en de implicaties ervan. Het rapport ‘De vraag naar woondiensten en de betaalbaarheid in de huursector’ van Johan Conijn en Frans Schilder, beiden verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate, maakt gehakt van het door het Centraal Planbureau gehanteerde woningmarktmodel. Het CPB schat de vraag naar huurwoningen bij een marktconform huurniveau veel te hoog in. Als de effecten van huurverhogingen op de huurwoningvraag op een zinvolle wijze zouden worden bepaald, moet ook de vormgeving van de huurtoeslag in de beschouwing worden betrokken.

De CPB-onderzoeker die het CPB-woningmarktmodel heeft ontwikkeld en toegepast, Gerbert Romijn, heeft besloten het CPB te verlaten. Om andere redenen verlaat directeur Coen Teulings (die het CPB-woningmarktmodel altijd heeft verdedigd) het CPB. Het CPB heeft aangekondigd het woningmarktakkoord Wonen 4.0 niet te kunnen doorrekenen en het recente woningmarktakkoord van VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP niet te willen doorrekenen. Alle beslissingen van het kabinet over het te voeren woningmarktbeleid zijn genomen op basis van een invalide CPB-model. Kritiek op het huurwoningmodel van het CPB is overigens in 2008 al door Peter Boelhouwer en mij geformuleerd .

In de praktijk gaan het aantal transacties op de koopwoningmarkt en de woningproductie naar nieuwe diepterecords. De wachttijden op de huurwoningmarkt, de faillissementen van bouwbedrijven en de bouwwerkloosheid lopen op naar steeds hogere niveaus.

Het huidige woningmarktbeleid van het kabinet Rutte II hangt nu volledig in de lucht. Kabinet noch Tweede Kamer zijn thans in staat om de effecten van dit beleid aan te geven, laat staan te kwantificeren.

Is het een idee dat de Tweede Kamer over het actuele informatievacuüm en de consequenties van de doorwrochte analyse van Conijn en Schilder gaat debatteren met minister Blok?

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels