artikel

Exportconsortia

bouwbreed

De vooruitzichten in de Nederlandse bouw geven geen hoop. Men zou ook het adagium van Joseph Luns (1911-2002) kunnen volgen: “Het voordeel van een klein land is dat het een groot buitenland heeft”. Wordt het voor de Nederlandse bouw geen tijd om structureel naar het buitenland te gaan? Daar zijn de gewoonten en regels anders, […]

De vooruitzichten in de Nederlandse bouw geven geen hoop. Men zou ook het adagium van Joseph Luns (1911-2002) kunnen volgen: “Het voordeel van een klein land is dat het een groot buitenland heeft”. Wordt het voor de Nederlandse bouw geen tijd om structureel naar het buitenland te gaan? Daar zijn de gewoonten en regels anders, wordt het spel anders gespeeld en zijn er andere spelers. De Europese markt zou open moeten zijn, is althans de bedoeling. Maar ook verder weg ligt er veel werk. Dan zou er allereerst het besef moeten ontstaan dat export kansen gaat bieden. Maar welke kansen en waar? De bouw is in het algemeen laagdrempelig. Het is moeilijk om een vooraanstaande positie te veroveren. Bedrijven proberen een monopoliepositie te veroveren. Daarom ontstaan ook vaak bouwteams. Maar specialisten hebben het al iets gemakkelijker dan generalisten. Zo ontwerp en bouwt mijn bedrijf al dertig jaar lang in vele buitenlanden. Gewoonlijk worden we gevraagd, vanwege publicaties. Via het internet is het gemakkelijk om met trefwoorden als specialist internationaal te worden opgemerkt. Geen xenofobie. Overal geldt: als er geen concurrenten zijn, worden ze wel gemaakt. Een voordeel van die buitenlandse avonturen zijn de vele avonturen. Never a dull day. Een nadeel zijn uiteraard de taalbarrières: over de gehele wereld kun je met Engels ver komen, maar in Frankrijk en in Duitsland moet je toch echt Frans en Duits spreken. De jeugd zou dat moeten horen. Zonder kennis van het Frans en Duits kom je die landen niet in. Veel internationale aanbestedingen zijn voor mijn bedrijf veel te groot, daar kan alleen een consortium oplossing bieden. Toen Roemenië bij de EU kwam, stormden de Duitse, Franse, Spaanse en Engelse consortia naar binnen. Maar geen Nederlandse. Zelf hebben we in een groot project in Boekarest geparticipeerd met een groot winkelcentrum ontwikkeld en gerealiseerd door een Israëlisch consortium. Iedereen heeft daar geld verdiend en was tevreden. Daar behoren geen koude voeten bij en zeker geen messen in de rug achteraf. Want een goed consortium drijft op gezamenlijk vertrouwen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels