artikel

Bouwers willen geen ander vak

bouwbreed

Bouwers willen geen ander vak

Mobiliteit is het nieuwe toverwoord. Maar niet voor de bouwvakker. Uit onderzoek blijkt dat de meeste werknemers in de sector het liefst in de bouw blijven werken. Goed nieuws, vindt Jan Warning, aangezien de bedrijfstak op termijn alle vakkrachten nodig heeft.

Oudere werknemers in de bouw hebben het zwaar. Ze melden meer gezondheidsklachten en hun werkvermogen is slechter dan die van hun jongere collega’s. Maar oudere werknemers zullen langer moeten doorwerken vanwege de betaalbaarheid van de pensioenen.

Al enkele jaren vindt er een debat plaats of we van een straatmaker wel kunnen vragen om tot na zijn 65ste door te werken. Kan de stukadoor tot de hoge leeftijd wanden gladstrijken? Is het lichaam van de metselaar in staat om gedurende een periode van pakweg vijftig jaar meters te blijven maken?

Er wordt in dit debat grofweg gewezen op twee oplossingsrichtingen. In de eerste plaats gaat de aandacht uit naar een verdere verbetering van de kwaliteit van de arbeid in de bedrijfstak. Zorgen voor andere werkmethoden, betere hulpmiddelen en meer aandacht voor arbo in het ontwerp. Er is al heel veel bereikt in de bedrijfstak, maar het kan nog beter.

Volgens de andere oplossingsrichting vermindert de slijtage bij werknemers door tijdig om te schakelen naar minder zwaar werk. Ik noem dat tijdens presentaties weleens het gymlerarenmodel: toekomstige gymleraren horen al bij hun opleiding dat het moeilijk is om hun beroep tot aan het pensioen vol te houden. Het is van belang om vroeg te na te denken over het vervolg van de carrière in een ander vak.

Gouden horloge

In het huidige tijdsgewricht is jobrotation populair. Vroeger werd een lang dienstverband beloond met een gouden horloge en een toespraak van de directeur. Tegenwoordig wordt er nogal misprijzend gesproken over mensen die lang in een vak blijven hangen. Mobiliteit is het nieuwe toverwoord. Door veranderen van werk raken werknemers letterlijk en figuurlijk van alle markten thuis. Op de arbeidsmarkt komt dit hun positie ten goede.

De vraag is hoe werknemers in de bouwnijverheid hier zelf tegenaan kijken. Om die reden stelt Arbouw sinds enkele jaren tijdens de periodieke gezondheidskeuring vragen over wat met een deftig woord mobiliteitsintentie wordt genoemd. Op de vraag: ‘Denkt u dat u ooit nog ander werk gaat doen?’ antwoordt meer dan twee derde van de werknemers met ‘nee’. Onder UTA-personeel is dat percentage lager dan onder werknemers op de bouwplaats, maar het bedraagt nog steeds meer dan 60 procent. Oudere werknemers antwoorden vaker dat ze niet verwachten ooit ander werk te doen. Dat is logisch omdat de tijdspanne tot aan hun pensioen beter is te overzien. Maar van het bouwplaatspersoneel onder de dertig jaar verwacht nog steeds meer dan 50 procent dat ze nooit een ander vak zullen uitoefenen.

De mobiliteitsintentie is verder afhankelijk van verschillende andere factoren. Werknemers met een slecht werkvermogen zien zich vaker van baan veranderen. Er is ook een significant verschil met tevredenheid in het werk. Als werknemers ontevreden zijn met hun werk denkt men meer na over ander werk in de toekomst.

De bouwnijverheid gaat dus niet mee in de mode om mobiliteit heilig te verklaren. De meeste werknemers denken in hun huidige werk het pensioen te halen. Verandering van werk wordt alleen als een optie gezien bij een slecht werkvermogen dan wel ontevredenheid met het huidige werk.

Verantwoordelijkheid

Dit is goed nieuws. Gezien de lage instroom van jongeren heeft de bedrijfstak op lange termijn alle vakkrachten nodig. Het legt ook een verantwoordelijkheid bij de bedrijfstak om deze motivatie waar te maken en nog betere arbeidsomstandigheden te realiseren.

Daarnaast moeten werknemers zich realiseren dat het niet vanzelfsprekend is dat men het huidige werk tot in lengte van dagen blijft doen. Gelukkig beschikt de bedrijfstak over voorzieningen die helpen om uitval op termijn te voorkomen door tijdig om te scholen. Ook dat is nodig om werknemers gezond hun pensioen te laten halen.

Jan Warning, Directeur Arbouw.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels