artikel

Netwerken is het 
nieuwe concurreren

bouwbreed

Naar analogie van de uitspraak van Doekle Terpstra dat samenwerken het nieuwe concurreren is, lanceert Jack de Leeuw een nieuw motto. Dat heeft alles te maken met de toegankelijkheid van kennis.

“Eindelijk!”, roep ik, bezien vanuit de bedrijven in de bouw. Doekle Terpstra presenteerde onlangs het plan om het aantal afstudeerrichtingen drastisch terug te brengen. Eerder werd al bekend dat de twee roc’s in Rotterdam, Zadkine en Albeda, samen terug willen naar de mts en de ambachtsschool.

Al jaren is dit het pleidooi van bouworganisaties. Terpstra zei nog iets anders: “Samenwerken is het nieuwe concurreren.” Daarmee kondigde hij aan op te houden met de concurrentie om de aantallen leerlingen tussen onderwijsinstellingen. Dat past in een ontwikkeling die we meer en meer om ons heen zien.

Ik pas de uitspraak van Doekle iets aan: “Netwerken is het nieuwe concurreren”. Bij SBR (sinds kort SBRCurnet) stuurden we tot nu toe veel vragenstellers door naar collega-instellingen die meer weten. Een beperkte vorm van netwerken, die wat ons betreft binnenkort tot het verleden hoort. Voordat ik uitleg waarom, moet ik eerst even terugkijken.

Als kennisinstellingen passen we tot nu toe uitstekend in de oude structuur van de sector: we zijn net zo versnipperd. Waarom toch? Omdat er altijd actuele, maar heel specifieke onderwerpen zijn die daarom vragen, zo luidde steevast onze denkwijze. En vooralsnog doen we allemaal ons best om uit de steeds schaarser gevulde ruif een graantje mee te pikken. Oké, een sector waarin 8 procent van het BNP omgaat, en waar ongeveer 400.000 mensen werken, heeft wat mij betreft ook recht op een wat omvangrijker kennisinfrastructuur. Maar het moet me ook van het hart dat de sector weinig gefocust is op R&D (uitgezonderd de toeleveringsindustrie). En diezelfde markt steekt er nog minder collectieve middelen in: enige miljoenen op een jaaromzet van 50 miljard.

SBR heeft ooit eens uitgezocht hoeveel organisaties er zijn, en is toen wat moedeloos gestopt bij zeshonderd! De noodzaak om daar wat aan te doen neemt toe zodra er minder geld is. In september 2011 leek er een kentering op komst, maar de fusiebesprekingen tussen CROW en Curnet werden afgebroken. Verbazing alom. Eindelijk een bundeling van krachten, en dan gaat het niet door!

Jan Hendrik Dronkers heeft toen samen met de Rijksgebouwendienst en Bouwend Nederland een belangrijke koerswijziging ingezet met het idee voor een ‘ coalition of the willing ’. De Bouwcampus als gedachte was geboren. Met als bijkomende gedachte dat de sector wel een inspirerend idee kan gebruiken in deze barre tijden.

Minder geld speelt in de discussie om te komen tot nadere samenwerking nog steeds een rol, maar er is meer dan dat argument. De markt verandert snel en de gehele keten heeft behoefte aan ontsluiting van bestaande en nieuwe kennis. We moeten af van het denken in hokjes zoals ‘b&u’, ‘gww’ of ‘infra’. Ketensamenwerking vraagt om integrale oplossingen.

Ik zou de kennisinfrastructuur van de toekomst tegelijkertijd op drie niveaus willen insteken: het ondersteunen van vakmanschap, het ontwikkelen van nieuwe kennis binnen het bekende werkveld, én integraal kennis ontwikkelen met het oog op maatschappelijke uitdagingen.

Want in welke discipline je ook werkt, beschikbare kennis moet gemakkelijk toegankelijk, betrouwbaar en actueel zijn. Er is geen verschil in kennisbronnen bij bedrijven en in het onderwijs. Kennisleveranciers mogen hier ook geld voor vragen: het is het waard, als het maar goed is.

Kennis delen wordt de norm. We moeten af van het idee dat kennis concurrentiegevoelig is, en altijd doorgaan met het zoeken naar verbeteringen van onze huidige werkwijze of de toegepaste techniek. Via begeleidingscommissies van kennisprojecten, tegenwoordig ook wel gegoten in communities of practice en platforms.

Dit gaat niet meer zonder ‘ out of the box denkers’ en stuwende inbreng van buiten de sector. Van belang is dat we willen opereren in een open netwerk. We moeten niet meer denken aan organisatie en structuur, maar meer aan broedplaats, laboratorium en dynamiek.

Alle drie de rollen kunnen en gaan gespeeld worden vanaf de bouwcampus. En vooral de derde moeten we goed vormgeven. De bouwcampus gaat er komen, in fysieke en virtuele vorm. Iedereen is uitgenodigd!

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels