artikel

Modelleren versus prototypen

bouwbreed

Steeds vaker lopen we in de bouw tegen de vraag aan of we bij innovaties vooraf echt real time moeten (proberen te) bouwen, ‘prototypen’ zogezegd, of dat we het af kunnen met modelleren. Het belang van modelleren is wat mij betreft vooral de mogelijke iteratie, naast het eenvoudiger kunnen koppelen van de diverse specialismen die het vakgebied kent (zoals bij BIM). En dus bij het helder krijgen waar problemen liggen, en impliciet waar de potenties tot verbetering. Want juist in de uitvoering en de koppelingen, in de symbiose, en het perspectief van de bouwers onderling, maar ook de gebruiker, ligt de winst die je uiteindelijk kunt vermarkten.

Om dit mogelijk te maken, is het belangrijk dat (steden)bouwkundigen hulpmiddelen gebruiken. Al is het maar om de afstand te overbruggen tussen de grote schaal en abstractie op de tekentafel, en het concrete niveau van de bouw en uiteindelijk de gebruiker. Maar hoe goed een component ook gemodelleerd is, een model is altijd minder dan de werkelijkheid. Behalve een fotomodel, zoals u weet, want dat is meer dan de werkelijkheid. En om daar nog even verder op voort te bouwen, Manfred Eigen stelde al in de Physicist’s Conception of Nature in ’73: “A theory has only the alternatives of being wrong or right. A model has a third possibility: it may be right but irrelevant”. In dit kader wil ik een lans breken voor real timeexperimenten, ‘prototypes’ en nul-series in de bouw. En om het zelfs nog een stapje verder te brengen: om die prototypes – waar mogelijk – ook in te zetten voor gebruik(er)sgerelateerd onderzoek. Naast een aantal prachtige IPC innovatieprojecten vanuit TUD en TUE met de VMRG en zo’n twintig toonaangevende bedrijven uit de gevelindustrie, is wellicht het Delft Concept House-prototype op Heyplaat, nabij de RDM-campus in Rotterdam bij u bekend. Hier blijkt (weer) hoe moeilijk het is om zo’n prototype te realiseren met puur en alleen de inbreng vanuit de bedrijven zelf. Maar tegelijkertijd ook de meerwaarde voor díe bedrijven die echt actief geïnvesteerd hebben in de co-creatie en iteratie (verbeteringen), en dus niet slechts in het passief ‘doneren en toepassen’ van hun producten, hoe gewaardeerd ook. Van de bedrijven die zelf meer energie en tijd in dit proces van co-creërend prototypen hebben gestoken, krijgen we – nog steeds – de positieve feedback van de meerwaarde, of zelfs voorwaardelijkheid om werkelijk bij de tijd te blijven als innovatief bedrijf en de bouw als geheel vooruit te helpen. Dit zou veel meer vanuit de diverse financieringstrajecten onderkend, opgepakt en ondersteund moeten worden.



Arjan van Timmeren werkt aan de TU Delft als hoogleraar Environmental Technology & Design 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels