artikel

Je redt geen Maleisisch bos door alleen met de vinger te wijzen

bouwbreed

Je redt geen Maleisisch bos door alleen met de vinger te wijzen

De Nederlandse regering, PEFC International (Programme for the Endorsement of Forest Certification), en iedereen die om het bos geeft of ervan afhankelijk is wil hetzelfde: we willen de bossen in de wereld duurzaam zien floreren. Het gaat om leven, niet om overleven.

De meningen hoe deze gedeelde doelstellingen te realiseren, lopen soms uiteen. Het PEFC-proces garandeert een duurzame bosbouwpraktijk bij alle aangesloten boseigenaren en nationale boscertificeringssystemen. Soms, zoals de TPAC (Timber Procurement Assessment Committee) procedure zijn we slachtoffer van degenen die korte termijn succes verkiezen boven de lange termijn, lokaal geformuleerde, duurzaamheidsprioriteiten.

TPAC beoordeelt boscertificeringssystemen naar de Nederlandse criteria voor duurzaamheid. Zo is PEFC ook de maat genomen. PEFC heeft zijn eigen unieke evaluatieproces, waarbij onafhankelijke consultants in de afgelopen twaalf jaar meer dan 100 nationale boscertificeringsinitiatieven hebben gewogen. Het Maleisische Timber Certification System (MTCS ) heeft dit traject met succes doorlopen. MTCS wordt daardoor, als onderdeel van PEFC, als duurzaam geaccepteerd in het overheidsinkoopbeleid van het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Frankrijk , Duitsland en België en de Europese Unie Maar niet door Nederland – TPAC gaf goedkeuring aan alle bij PEFC International aangesloten systemen, behalve aan MTCS. Waarom, als alle andere systemen aan dezelfde standaarden voldoen?

De werkelijkheid achter TPAC’s bezwaar is tweeledig: politiek en financieel. Het komt voort uit de publieke consultatie waarin enkele NGO’s bezwaar aantekenden tegen de goedkeuring van MTCS door TPAC in maart 2010. Het TPAC-systeem is grotendeels ontworpen door en biedt ruimte aan iedereen die verkondigt een ander boscertificeringssysteem te steunen. Voor hen vormt het succes van PEFC een potentiële bedreiging voor de positie van een ander keurmerk. Zeker nu landen als China, India, Indonesië, Japan en de Filippijnen hun interesse voor het ontwikkelen van PEFC-compatibele systemen publiek hebben gemaakt. PEFC tast de status quo in Nederland aan. Onze benadering van het erkennen van nationale boscertificatiesysteem met oog voor de unieke kenmerken van elk land en cultuur wijkt af van het mainstream certificatiesysteem in Nederland: een ‘one size fits all top-down benadering’ die vooral door vroegere overheerste landen als neo-koloniaal wordt ervaren.

De financiële kant van het bezwaar is nogal verontrustend. Maleisië is Nederlands belangrijkste leverancier van tropisch hardhout. Door constructief samen te werken hebben de Europese houtindustrie en -overheden Maleisië voortgestuwd om inmiddels 33% van het permanente bosareaal, meer dan 4,6 miljoen hectare, onder MTCS-vlag te certificeren. Nederland kan zich terecht op de schouder kloppen voor haar aandeel daarin, maar ik zou willen dat Nederland Maleisië ook zou aanmoedigen de overige 67% te certificeren. In 2012 was meer dan 40% van alle tropisch hout op de Nederlandse markt MTCS-gecertificeerd. Als MTCS van de Nederlandse markt verdwijnt, zou er een aanzienlijke importkloof van tropisch hout ontstaan. Deze kloof biedt fabelachtige marktkansen voor anderen: alsof je je eigen geld mag drukken. Als het Maleisische hout zijn economische waarde verliest, zal de aarde waarop het groeit worden omgezet naar andere vormen van landgebruik. Zowel palmolie- als rubberplantages genereren vijf keer meer opbrengst per hectare dan duurzaam beheerde bossen. In 1992 beloofde Maleisië op de Rio Earth Summit 50% van zijn landoppervlak bebost te houden. Ondanks een enorme bevolkingstoename, verstedelijking, stijgende inkomens per capita en de winstgevendheid van andere vormen van grondgebruik, heeft Maleisië die belofte gehouden: 56% van het land is nog steeds bebost. Maar denkt iemand werkelijk dat ontwikkelingslanden zoals Maleisië zich kunnen veroorloven hun landoppervlakte voor de helft niet te gebruiken? Als duurzaam beheerde bossen niet ten minste de inkomsten genereren die zij vandaag opbrengen, zullen zij waarschijnlijk morgen geen bos meer zijn.

Als vakbondsman leef ik elke dag met de wrange gevolgen die niet-duurzame bospraktijken aanrichten in het leven van bosarbeiders en hun families. Als politiek en winst prevaleren, dan zal dat gevolgen hebben voor de duizenden Nederlandse werknemers in de houtverwerkende industrie. Tienduizenden Maleisiërs zullen werkloos worden. Dergelijke armoede en wanhoop is een broedkamer voor illegale houtkap en ontbossing.

Waarom beweerde TPAC dat MTCS niet voldoet aan de Nederlandse definitie van duurzaamheid? TPAC beweert dat gecertificeerde bossen worden geconverteerd naar ander landgebruik. Dit is niet waar. In zijn meest recente correspondentie aan PEFC, erkent TPAC nu wel dat er geen conversie is van gecertificeerde bossen. TPAC beweerde dat landkaarten niet beschikbaar zijn. Dit is niet waar. Kaarten zijn in te zien bij elk bosbouwdepartement. TPAC beweert dat de inheemse bevolking, Orang Asli, het gebruiksrecht op de bossen wordt ontzegd. Ook zouden zij geen inspraak hebben in de aanwijzing van bosareaal dat door de democratisch gekozen regering van Maleisië is aangewezen voor een alternatieve bestemming. Dit is niet waar. Ondanks het feit dat dezelfde groepen die nu beweren dat er niet naar ze geluisterd wordt, de onderhandelingstafel hebben verlaten, is MTCS met hen de discussie opnieuw aangegaan, met de hulp van de wereldwijde vakbondsfederatie BWI (Building and Woodworkers International). Ik ben hoopvol over het positieve resultaat, tenminste als iedereen aan de onderhandelingstafel blijft zitten.

Maakt dit alles het Maleisische certificatiesysteem perfect? Nee, natuurlijk niet. Er zijn altijd verbetering mogelijk. MTCS erkent dat ook en werkt er aan. Hetzelfde geldt voor elk ander certificatiesysteem van duurzaam bosbeheer. Duurzaamheid is een bewegend doel, en PEFC zal het continue proces van verbetering naar een ideale situatie nooit stoppen.

De vraag die overblijft is: wat is de beste weg vooruit?

Vormt de beste strategie het aanmoedigen van MTCS op de ingeslagen weg door te gaan en te verbeteren, of kunnen we het wellicht meest robuuste tropische systeem van certificering beter straffen? Als de regering van Nederland zou beslissen om MTCS te bestraffen, stuurt ze een glashelder signaal aan alle tropische landen niet hun eigen nationale certificatiesysteem op te zetten. Vanwege de hoge initiële kosten is de boodschap liever legaal hout te leveren, dan actie te ondernemen aantoonbaar duurzaam geproduceerd hout te verschepen.

De weg vooruit voor alle tropische bossen in de wereld is dat Nederland het tot nu toe door MTCS bereikte resultaat ondersteunt. Als de Nederlandse overheid een fractie van het in andere certificeringssystemen geïnvesteerde geld zou aanwenden voor het bevorderen van MTCS en PEFC- certificering, vergroot dat niet alleen haar internationale invloed, maar geeft het bovendien ruimte voor beide landen om samen verder te bouwen aan een voor beide landen bevredigend resultaat. Maar wat nog belangrijker is, het zou een duidelijk signaal zijn naar alle landen ter wereld dat het de kosten voor het ontwikkelen van een certificatiesysteem, het stoppen van ontbossing en conversie van gecertificeerde bossen, waard zou zijn omdat het resultaat van die inspanning wordt gewaardeerd. Het respecteren en steunen van het goede werk van hen die zich inzetten voor de bevordering van duurzaam bosbeheer, in plaats van het straffen, is de enige weg vooruit. Immers, als de mensen die in het bos leven en werken en er afhankelijk van zijn niet kunnen overleven, hoe kunnen de bossen dat dan?

William Street Jr, voorzitter van PEFC International en vakbondsman van de Woodworkers Union in de Verenigde Staten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels