artikel

Bouwcampus voor grote breekijzers

bouwbreed

Bouwcampus voor grote breekijzers

Openheid en innovatie zijn een must in de bouw- en vastgoedwereld, maar hoe bereik je dat? Eva Klein Schiphorst legt uit dat je pas optimaal samenwerkt als je informatie met elkaar deelt en open bent over je doelen en ambities. De Bouwcampus kan een breekijzer worden.

Met oude gewoontes breken is lastig. Zeker als je maand op maand resultaten moet laten zien. Dat geldt in elke bedrijfsomgeving en daarin vormt de bouw geen uitzondering. Waar de bouw wel een uitzondering in vormt, is de geslotenheid van partijen onderling en het gebrek aan innovatie in vergelijking met andere sectoren. Ik denk dat het anders moet en ik vind dat het anders kan. Openheid is een groot goed. In de bouw overheerst nog steeds de gedachte dat het te riskant is om open te zijn. Ik zie te veel partijen de kaarten tegen de borst houden: marktpartijen klappen dicht zodra er een concurrent aan tafel zit; in aanbestedingen communiceren we alleen nog formeel; en binnen contracten wordt afspraak na afspraak vastgelegd.

Delen

Tegelijk is iedereen het erover eens dat dit nu net de samenwerking in de weg staat. Laten we gewoon vanaf nu onze agenda op tafel leggen, onze informatie delen en open zijn over doelen en ambities. Dat neemt een hoop achterdocht, juridisering en dus transactiekosten (net zo goed faalkosten) weg.

In de aanloop van dit artikel heb ik mijn organisatie gevraagd ons volledige opdrachtvolume voor de aankomende periode openbaar te maken, begin 2014. Boodschap voor onze partners: dit is onze agenda, denk vooruit, denk met ons mee. Dit soort openheid draagt ook bij aan transparante markten. De Rijksgebouwendienst maakt inmiddels alle incentives op vastgoedhuurcontracten openbaar waarmee we bijdragen aan een transparante vastgoedmarkt en een reële boekwaarde van vastgoed.

Dat het moeilijk is om uit de grijsgedraaide groef te komen is ook voor mij herkenbaar. De meer dan 700 professionals van de Rijksgebouwendienst staan dagelijks voor de uitdaging om met bijna 2000 panden en 500 bouwprojecten de verschillende rijksonderdelen van feilloze huisvesting te voorzien. Nieuwe, innovatieve producten en processen zijn dan risicovol: wat als het mislukt? Wat kost ons dat? In geld? Aan klanttevredenheid? Zoiets weet je niet van tevoren, maar wat ik wel zie is dat de sector zelf vindt dat het beter kan. Dat bewijzen netwerken als Vernieuwing Bouw, het Opdrachtgeversforum in de Bouw, PPS-Netwerk en Jonge Geesten, om er maar een paar te noemen. En het hoeft niet altijd radicaal anders, kleine stappen en het verbreden van best practices werken net zo goed. Kijk naar de introductie van concurrentiegerichte dialogen bij de aanbesteding van db-, dbm-, onderhoudsprestatie- en maincontracten. Kijk naar past performance prestatiemeten, waarmee goed presenterende marktpartijen een trackrecord opbouwen en naar de introductie van systeemgerichte contractbeheersing bij de Rijksgebouwendienst met hulp van onze collega’s van Rijkswaterstaat.

Personeel uitwisselen

Al deze voorbeelden werken als kleine breekijzers om uit die groef te komen. Onze partners in de bouw zijn dezelfde overtuiging toegedaan. Zo kondigde directeur-generaal Jan Hendrik Dronkers van Rijkswaterstaat in Cobouw (9 oktober 2013) aan dat opdrachtgevers bij elkaar in de keuken gaan kijken en personeel uitwisselen op verantwoordelijke posities. Een prima initiatief dat ik graag doorzet naar de keten als geheel. Waarom zouden een tendermanager van Heijmans en een assetmanager van de Rijksgebouwendienst niet met elkaar kunnen delen hoe je je klanten begeleidt in het zoekproces naar passende huisvesting? Leerzaam voor beiden en daar wordt het eindresultaat van de hele keten per definitie beter van.

Met al die kleine stappen om oude gewoontes los te laten, op zoek naar de balans tussen samenwerking en een eerlijk en gelijk concurrentiespeelveld, tussen innoveren en op korte termijn resultaten laten zien, zijn we op de goede weg. Maar daar kan de sector alle inzet en hulp bij gebruiken. Daarom is er sinds kort de Bouwcampus: aanjager van kennis en best practices. Waar kan die zich concreet over buigen? Denk aan hoe social media het bouwproces kunnen helpen, het starten van pilots waarin echt alle kaarten op tafel liggen of onderzoek naar hoe we minder juridische verhoudingen in het voordeel van de sector kunnen laten werken. Wij als organisaties de kleine stappen, de Bouwcampus de grote breekijzers? Verwacht van ons op beide vlakken onverminderde inzet.

Eva Klein Schiphorst Directeur Rijksgebouwendienst en bestuurslid Vernieuwing Bouw

Rijksgebouwendienst, Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, directie Rijksvastgoed en de vastgoedorganisatie van Defensie vormen vanaf 1 juli 2014 het nieuwe Rijksvastgoedbedrijf. Deze organisatie wordt verantwoordelijk voor de grootste vastgoedportefeuille van Nederland met gebouwen, gronden en militaire terreinen van 78.000 hectare en 15,4 miljoen vierkante meter en een waarde van 15,5 miljard euro.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels