artikel

Bevoegdheid van de Raad van Arbitrage moet in overeenkomst

bouwbreed

Bevoegdheid van de Raad van Arbitrage moet in overeenkomst

Regelmatig wordt in arbitrale procedures door de verwerende partij betoogd dat de Raad van Arbitrage (RvA) niet bevoegd is om het geschil te beslechten. Recentelijk verschenen twee uitspraken waarin de RvA moest oordelen over bevoegdheidsvragen (RvA 4 december 2013, nr. 34.763 en RvA 27 november 2013, nr. 71.847).

De bevoegdheid van een arbitraal scheidsgerecht dient te berusten op een overeenkomst. Partijen kunnen in geval van een geschil met elkaar arbitrage overeenkomen, maar ook vooraf in een overeenkomst een arbitraal beding opnemen, waarin wordt bepaald dat eventuele geschillen die voortvloeien uit die overeenkomst onderworpen worden aan arbitrage.

Er was geen overeenkomst tot arbitrage in de uitspraak met nr. 34.763. De architect beriep zich onder meer op een conceptovereenkomst die een arbitraal beding bevatte, maar deze overeenkomst was niet ondertekend. Ook toepasselijkheid van de DNR 2011 (die in dit geval door de wederpartijen betwist werd) kon de architect niet baten, omdat die toepasselijkheid op zichzelf nog geen keuze voor arbitrage inhoudt. Die keuze dient namelijk in de opdracht te worden gemaakt, zie art. 10 lid 3 van de Model Basisopdracht.

De appeluitspraak met nr. 71.847 betreft een zaak waarin de bevoegdheid van arbiters in eerste aanleg berustte op een aparte vaststellingsovereenkomst die partijen hadden gesloten. In appel waren arbiters echter niet bevoegd, omdat de vaststellingsovereenkomst kort gezegd bepaalde dat uitsluitend het Gerechtshof Den Bosch bevoegd was om in appel te oordelen. Een hoger beroep van een arbitraal vonnis bij de overheidsrechter is echter niet mogelijk, zoals blijkt uit jurisprudentie van de Hoge Raad. Het geschil werd daarom in appel door een van de partijen alsnog aan de RvA voorgelegd, omdat volgens die partij de wil van partijen gericht is geweest enerzijds op beslechting in arbitrage en anderzijds op het mogelijk maken van hoger beroep. Nu dat laatste niet voor de burgerlijke rechter kan, moest dat volgens die partij alsnog in arbitrage. Appelarbiters verklaren zich echter onbevoegd, omdat partijen niet de bedoeling hebben gehad arbitraal hoger beroep mogelijk te maken.

Mr. H.P.C.W. Strang, juridisch stafmedewerker Instituut voor Bouwrecht, Den Haag

Voor bouwrechtelijke actualiteiten, jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zie ook de website van het Instituut voor Bouwrecht www.ibr.nl/actueeljuridisch

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels