artikel

Anti-kraak en het risico van huur(bescherming)

bouwbreed Premium

Anti-kraak en het risico van huur(bescherming)

Bruikleenovereenkomsten (anti-kraak) worden veelvuldig gehanteerd om woningen in gebruik te geven zonder daarbij het risico te lopen dat de ‘huurder’ wettelijke bescherming heeft. Uitgangspunt daarbij is dat aan deze persoon of personen deze geen tegenprestatie is verschuldigd.

Een vergoeding mag wel, mits deze de geleverde diensten niet overstijgt. Het gevaar van huur met huurbescherming ligt op de loer als dit niet goed wordt geregeld, zo ondervond onlangs de Amsterdamse woningcorporatie Stadgenoot.

Stadgenoot heeft in 2002 sloop- en renovatieplannen ontwikkeld voor enkele van haar appartementengebouwen. In verband met deze plannen heeft zij vanaf 2004 zittende huurders uitgeplaatst en leeggekomen woningen krachtens de Leegstandswet tijdelijk verhuurd. Door de huidige marktomstandigheden stonden de plannen van Stadgenoot onder druk met vertraging als gevolg.

Na het verstrijken van de Leegstandswet-termijn (destijds 5 jaar, thans 7 jaar) werden de tijdelijke huurovereenkomsten in 2009/2010 beëindigd. Nadien heeft Stadgenoot het beheer van de woningen overgedragen aan een kraakwacht, die met iedere bewoner een bemiddelings- en bruikleenovereenkomst sloot uit hoofde waarvan de woningen telkens voor een half jaar in gebruik werden gegeven. De bewoners betaalden een bijdrage van 160 euro per maand voor bemiddeling. Voor hen werd echter niet bemiddeld, zij bewoonden hun woning immers al. Bovendien verrichtte de kraakwacht geen andere diensten. Kosten van reparaties, water, licht, etc. kwamen voor rekening van de bewoners.

Op enig moment beëindigde Stadgenoot de bruikleenovereenkomsten en zijn de woningen ontruimd. Bewoners zijn daarop een gerechtelijke procedure gestart tegen Stadgenoot, kortweg stellende dat sprake is van huur en huurbescherming.

In hoger beroep kregen de bewoners gelijk. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde op 19 november dat de bruikleenovereenkomsten niet zomaar konden worden beëindigd. Volgens het gerechtshof is sprake van huurovereenkomsten omdat de door de bewoners te betalen vergoeding als tegenprestatie dient te worden beschouwd voor het gebruik van de woning.

De uitspraak bewijst eens te meer dat risico’s kleven aan het in gebruik geven van woningen op basis van bruikleenovereenkomsten. Het gevaar van huur en huurbescherming ligt op de loer maar kan worden voorkomen. Het is daarbij zaak dat aan gebruiker(s) géén tegenprestatie wordt gevraagd die vergoeding voor geleverde diensten overstijgt. Mocht u twijfelen bij (een) reeds gesloten of te sluiten bruikleenovereenkomst(en), laat u dan – tijdig – adviseren. Beter voorkomen dan genezen.

Mark Houweling, Severijn Hulshof Advocaten 

Reageer op dit artikel