artikel

Dwaling en schadevergoeding

bouwbreed Premium

Dwaling en schadevergoeding

In zijn arrest van 11 oktober 2013 (ECLI:NL:HR: 2013:CA3765) heeft de Hoge Raad een – ogenschijnlijk ondoordacht – beroep op dwaling besproken inzake een koopovereenkomst voor een verhuurd bedrijfspand.

De verkoper had medegedeeld dat geen sprake was van een huurachterstand en had ter zake in de overeenkomst een gelijkluidende garantie opgenomen. Uiteraard bleek dat wel sprake was van een huurachterstand, hetgeen de koper ertoe heeft gebracht om in rechte de overeenkomst wegens dwaling te laten vernietigen en schadevergoeding te vorderen. Het beroep op dwaling houdt in cassatie stand, maar de door het Hof aangenomen schadevergoedingsverplichting van de verkoper niet.

Een succesvol beroep op dwaling heeft terugwerkende kracht, leidt tot vernietiging van de overeenkomst en dus ook van de garantiebepaling, die dientengevolge nooit bestaan heeft. De verkoper kan daarin niet langer tekortschieten, en evenmin schadeplichtig worden. Bij een succesvol beroep op dwaling moet een schadevergoedingsvordering worden gebaseerd op een andere specifieke rechtsgrond, veelal een onrechtmatige daad; het bewust onjuist verklaren teneinde iemand een overeenkomst aan te laten gaan kan immers heel wel onrechtmatig zijn, want in strijd met een rechtsplicht. Onrechtmatig handelen of enig andere specifieke rechtsgrond had de koper echter niet aan zijn schadevordering ten grondslag gelegd.

Hoewel ontbinding contractueel was uitgesloten – hetgeen vaker gebeurt bij koopovereenkomsten – had de koper nog wel de mogelijkheid om op grond van de tekortkoming in de garantieverplichting schadevergoeding te vorderen, waarmee de koopovereenkomst gewoon in stand blijft. In casu leek de koper daarmee ook geholpen, al was ontbinding het beste geweest. Ontbinden heeft geen terugwerkende kracht, kan in beginsel op grond van elke tekortkoming, en biedt een grondslag voor schadevergoeding.

Overigens kan worden gewezen op het verschil tussen “zeggen en garanderen dat er geen huurachterstand is” en zeggen “ik weet niet of er een huurachterstand is” en garanderen “aansprakelijk te zijn als het wel zo is”. In laatstgenoemde situatie zou een huurachterstand niet reeds een dwalingsberoep rechtvaardigen maar wel een tekortkoming in de nakoming van de garantiebepaling impliceren.

Het belang van een weloverwogen keuze ten aanzien van de grondslag voor eventuele acties blijkt hier eens te meer. Kortom, bezint eer ge begint.

Bard van Veen, Severijn Hulshof Advocaten

Reageer op dit artikel