artikel

Groene glazen bol

bouwbreed

Groene glazen bol

Er is momenteel een discussie gaande omtrent de validiteit van milieubeoordelingsinstrumenten. Een commissie heeft vragen gesteld over wat er wordt meegerekend en wat niet en op welke wijze de classificaties tot stand komen. Daarnaast worden gebouwen blijkbaar over één kam geschoren, ongeacht de locatie en de omvang.

Zowel op nationaal en internationaal niveau buigen specialisten zich over deze vraagstukken, met harmonisatie van de beoordelingsmethodiek als het ultieme doel. Wellicht blijkt het utopisch, maar het zou van onschatbare waarde zijn als er op termijn een instrument kan worden gepresenteerd dat overal toepasbaar is, voorzien van scoringsvariaties in locatie, gebouwtype en functie, om geen appels met peren te vergelijken.

De milieuprestatie van een gebouw wordt beoordeeld op aspecten zoals (duurzaam) energie- en materiaalgebruik, technische kwaliteit en gebruikskwaliteit. Wat mij opvalt, is dat er binnen de tools die een gebouw als geheel classificeren, grote verschillen zijn in nauwkeurigheid en objectiviteit. Het verwachte energiegebruik is bijvoorbeeld redelijk nauwkeurig te modelleren, en materialen worden met behulp van LCA-databanken tot op de gram uiteengerafeld en opgedeeld over milieueffecten. Andere criteria, zoals de rol van het bouwproces, ontwerpuitgangspunten en toekomstwaarde, zijn echter vaak aanzienlijk minder goed meetbaar. Dergelijke aspecten of verwante productkeuzes kunnen bovendien sterk van elkaar afhankelijk zijn en elkaars prestatie beïnvloeden. Idealiter dient dat dan ook te worden meegewogen. Hoewel de praktische toepasbaarheid voorop moet staan is een degelijke wetenschappelijke basis ook voor de minder meetbare aspecten onmisbaar, anders ontstaat er een soort schijnnauwkeurigheid.

Momenteel wordt de score bepaald bij het ontwerp van het gebouw. De vraag is echter, hoe valide blijkt die nog na een x-aantal jaar? Wat als een gebouw onverhoopt maar de helft van zijn levensduur gebruikt wordt, of wat als de levensduur veel langer is dan gepland? Dit heeft enorme consequenties voor de werkelijke milieuscore.

Wellicht dat de milieuprestatie van een gebouw daarom tijdens de levensduur opnieuw geijkt zou moeten worden, bijvoorbeeld iedere tien jaar, of wanneer een verbouwing of herbestemming op stapel staat. Dit geeft dan niet alleen een beeld van de werkelijke energieprestatie en toekomstwaarde, maar biedt ook een uitgelezen kans om de validiteit van het bepalingsinstrument te toetsen. Misschien mosterd na de maaltijd, maar meten is immers pas echt weten.

Dr.ir. Roel Gijsbers, technische Universiteit Eindhoven onderzoeker faculteit Bouwkunde

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels