artikel

Contractueel bedongen rente in de gevarenzone?

bouwbreed

Contractueel bedongen rente in de gevarenzone?

In veel aannemingsovereenkomsten en algemene voorwaarden staan afspraken opgenomen over de verschuldigdheid van rente bij te late betaling. Bijvoorbeeld dat na het verstrijken van de betalingstermijn een contractuele rente van 2 procent per maand verschuldigd is.

Zo’n contractueel rentebeding kan bij een consumentenovereenkomst in strijd zijn met Europese regelgeving, meer specifiek met de Richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. In het bouwrecht doen consumenten vaker een beroep op deze richtlijn. Bijvoorbeeld in de discussie over arbitrale bedingen en de vraag of zo’n bepaling onredelijk bezwarend is omdat aan een arbitrale procedure nadelen voor een consument verbonden zouden zijn. Maar ook buiten het bouwrecht worden contractuele bedingen, zoals een boetebeding in huurovereenkomsten, getoetst aan de richtlijn.

Op 13 september 2013 wees het hoogste rechtscollege een arrest over een contractueel rentebeding in een aannemingsovereenkomst zoals hiervoor omschreven (LJN:ECLI:NL:HR:2013:691). De Hoge Raad oordeelt dat de lagere rechter verplicht is een contractueel rentebeding te toetsen aan de richtlijn. Ook wanneer partijen daar zelf niet om gevraagd hebben. Als de rechter oordeelt dat het rentebeding in strijd is met de richtlijn, moet hij het beding vernietigen. Dit laatste volgt uit een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 mei 2013 (kenmerk C-488/11) waarin het Hof zich heeft uitgelaten over een veel voorkomend boetebeding in huurovereenkomsten.

Dit betekent voor de bouwpraktijk dat niet zeker is dat een met een consument in algemene voorwaarden overeengekomen rentebeding standhoudt. Dit kan in theorie ook gelden voor de contractuele rentebedingen in de UAV 2012 en AVA 2013. De Hoge Raad geeft geen uitsluitsel of het rentebeding in de specifieke casus onredelijk bezwarend is. Dit feitelijke oordeel is voorbehouden aan lagere rechtspraak en wordt beslist in een vervolgprocedure.

Maar de Hoge Raad geeft wel duidelijke handvatten voor de beoordeling. De aannemingsovereenkomst in kwestie valt onder het bereik van de richtlijn. Er is niet afzonderlijk onderhandeld over het rentebeding én de bedongen rente van 2 procent per maand ligt ruim boven de wettelijke rente, aldus de Hoge Raad. Het rentebeding lijkt daarmee in deze casus voor vernietiging gereed te liggen.

Susanne M. van de Pest, advocaat bij Severijn Hulshof advocaten, Den Haag

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels