artikel

BIM als smeerolie voor de haperende bouw

bouwbreed

Alleen samen kunnen we de bouw vlottrekken. Daarvoor zijn dan wel andere vormen van ontwikkelen, ontwerpen, bouwen en samenwerken nodig. En dus is dít het moment om Building Information Modelling (BIM) te omarmen, vindt Ron Voskuilen. BIM kan namelijk het verschil maken tussen projecten wél en juist níét van de grond krijgen.

Doorbouwen, juist nu. Onlangs legde wethouder Hamit Karakus van Rotterdam in deze krant precies uit waarom dat zo belangrijk is. De bouw is een van de robuuste pijlers onder onze economie. Het is dus essentieel dat we dat vliegwiel weer in beweging krijgen – en houden. De overheid kan dat op twee manieren voor elkaar krijgen: zelf investeren of een klimaat scheppen waarin investeren voor andere de moeite waard is. Rotterdam werkt hard aan beide.

Ook private ondernemingen zoeken naar wegen om de boel in beweging te krijgen, zien we in Rotterdam. En gelukkig maar: tot 2020 is er in deze stad alleen al behoefte aan zo’n 40.000 nieuwe woningen. Grootschalige projecten zitten er voorlopig niet in, maar met kleinschalige series moet dat wel degelijk lukken, is onze ervaring – óók financieel. Minder grootschalig, meer hergebruik van bestaande gebouwen, meer variatie.

Dit soort precisie- en maatwerkprojecten zijn lastig om te realiseren, lastiger althans dan we gewend waren. Het vraagt om een andere aanpak, om andere vormen van projectontwikkeling, ontwerp en realisatie. Maar bovenal vraagt het om andere manieren van samenwerking – van de overheid én van de markt. En dus is dit het moment om BIM te omarmen als het hulpmiddel dat juist in de huidige markt grote diensten kan bewijzen.

BIM helpt om al in een vroeg stadium knelpunten in ontwerpen op te sporen en zo problemen in een later stadium te voorkomen. Dat is nu meer nodig dan ooit: we kunnen ons simpelweg geen financiële missers veroorloven, het moet in één keer raak zijn. Veel partijen werken al in 3D. Dat is een goede eerste stap. Maar BIM is veel meer. BIM is informatie-uitwisseling, is ketenintegratie en is de basis voor een ander proces van ontwerpen, bouwen en samenwerken.

Dat betekent nogal wat. Zowel de markt als de overheid moet eerder en opener informatie delen en hun kaarten op tafel leggen. Dat betekent dus ook dat partijen elkaar meer moeten gaan vertrouwen en zich meer in elkaar moeten verdiepen, om zo inzicht te krijgen in hun belangen, doelen en angsten. Niet geforceerd en krampachtig, maar op een natuurlijke manier, stapje voor stapje. BIM kan daarin een belangrijke faciliterende rol spelen.

Ook bedrijven onderling moeten meer samenwerken. Het succes van de kennisregio Eindhoven is niet alleen te danken aan bekende bedrijven als Philips en ASML maar vooral aan de zeer wijdvertakte samenwerking met leveranciers, kennisinstituten, onderwijs en overheid. Hoewel de bouw een totaal andere sector is, biedt co-creatie ook dáár grote kansen. Onderaannemers moeten dus meer betrokken worden bij het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten.

Partijen investeren nu grote bedragen in het opzetten van steeds nieuwe samenwerkingsverbanden. We moeten bekijken of we niet vaker in meer vastere relaties kunnen werken, uiteraard zonder de concurrentieregels geweld aan te doen. ‘Brussel’ maakt het er niet makkelijker op, maar er kan vaak veel meer dan wordt gedacht. In Nederland lijken we soms het beste jongetje van de klas. Ook op dat punt moeten we naar nieuwe wegen zoeken. Ook daar valt veel te winnen.

Laten we samen de nieuwe uitdagingen aangaan. Laten we samen investeren in aantrekkelijke locaties, in verduurzaming, in hergebruik van bestaande gebouwen. Dat is een spannend traject. Juist ook overheden moeten die handschoen oppakken. Rotterdam doet dat. Met nieuwe coalities en nieuwe vormen van samenwerking. En met BIM als de smeerolie om dat alles te stroomlijnen, aan te jagen en te verbeteren.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels