artikel

Vrijwaring

bouwbreed

In sommige gerechtelijke procedures meent een procespartij bij verlies van de procedure een aanspraak te hebben op een derde om de aan het verlies verbonden nadelen te dragen. Deze procespartij kan dan na afloop van de procedure een nieuwe procedure opstarten tegen die derde, maar kan ook die derde in de eerste procedure in vrijwaring […]

In sommige gerechtelijke procedures meent een procespartij bij verlies van de procedure een aanspraak te hebben op een derde om de aan het verlies verbonden nadelen te dragen. Deze procespartij kan dan na afloop van de procedure een nieuwe procedure opstarten tegen die derde, maar kan ook die derde in de eerste procedure in vrijwaring oproepen. Dit betekent dat die derde partij wordt in de procedure en de rechter ook beoordeeld of de claim inderdaad op de derde kan worden afgewenteld. Vrijwaring kan zowel in procedures bij de burgerlijke rechter als in arbitrale procedures en was onlangs aan de orde in een uitspraak van de Raad van Arbitrage (28-11-2012, 34.059).

Voor vrijwaring gelden in een arbitrale procedure twee vereisten. Ten eerste moet de derde zijn toegetreden tot de overeenkomst van arbitrage tussen procespartijen, zodat alle partijen hetzelfde scheidsgerecht bevoegd hebben verklaard en dezelfde procesregels hebben afgesproken. Volgens het reglement van de RvA is hieraan voldaan als de derde en de partij die om vrijwaring verzoekt (verzoekende partij) een arbitrageovereenkomst hebben gesloten, verwijzend naar de RvA en zijn statuten. Tweede vereiste is dat het scheidsgerecht, na het horen van procespartijen, toestemming geeft voor vrijwaring. Procespartijen kunnen aangeven bezwaren te hebben tegen de vrijwaring, bijvoorbeeld omdat dit de procedure vertraagt. In dat geval moet het scheidsgerecht de voordelen van de verzoekende partij en de nadelen van de andere partij afwegen.

In bovengenoemde uitspraak van de RvA werd voldaan aan het vereiste van een arbitrageovereenkomst tussen de derde en de verzoekende partij. Twistpunt tussen de oorspronkelijke procespartijen was echter de afweging van voor- en nadelen. Omdat het volgens de arbiter heel wel mogelijk is dat de hoofdaannemer in dit geval de claim van de onderaannemer kon doorleggen, verdiende gelijktijdige behandeling door toestaan van de vrijwaring de voorkeur, ondanks mogelijke vertraging van de procedure. Een gerucht over een mogelijk faillissement van de hoofdaannemer kon daar niets aan af doen, omdat dat gerucht niet onderbouwd werd. Het in vrijwaring oproepen van de opdrachtgever werd daarom toegestaan.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels