artikel

Opdrachtgever is en blijft verantwoorde lijk

bouwbreed

Het artikel ‘NEN 1010 verliest aan gezag door Bouwbesluit’, gepubliceerd op 13 januari op cobouw.nl, geeft een veel gehoord pijnpunt van de nieuwe verbouwregels van het Bouwbesluit 2012 weer. Rick Bleeker mist een paar nuances. Hij brengt die in deze reactie onder de aandacht.

In het verleden moest bij wijziging van installatiedelen meestal aan de nieuwbouweisen worden voldaan. Nu is dat het verbouwniveau. Dit niveau is niet, wat ten onrechte wordt gesuggereerd, altijd het niveau dat ooit tijdens de oorspronkelijke bouw is gerealiseerd, maar kan dat wel zijn. Verbouw gaat vaak uit van het ‘rechtens verkregen niveau’. Dat is het niveau dat (rechtmatig) aanwezig is, voordat gestart wordt met de wijziging. Het is dus niet meer zo dat een onderdeel van de installatie dat vervangen wordt ineens aan de nieuwbouweisen moet voldoen. Natuurlijk mag de installatie er ook niet slechter op worden.

De vraag die opkomt is wat de uitwerking is gezien de prijsdruk in de markt. Het antwoord is simpel: de installateur wil goedkoop aanbieden, dus de opdrachtgever zal nu echt de verantwoordelijkheid moeten nemen die de wetgever al jaren bij hem neerlegt. Het schoolbestuur zal dus zelf na moeten denken of het een verbetering wenst en tot welk niveau. Op het moment dat het bestuur daartoe niet de vereiste kennis heeft zal het daarvoor kennis in moeten huren of zich laten adviseren door de in te schakelen installateur.

De constatering uit het artikel dat de keuze dus bij het schoolbestuur ligt voor een goede, duurdere of een minder veilige, maar goedkopere oplossing voor het vervangen van de groepenkast klopt. Dit was echter formeel in het verleden ook al zo, ook al ging de praktijk er misschien anders mee om. Als alleen de zekeringen inclusief kast vervangen worden, moest alleen dat deel van de installatie aan de nieuw eisen voldoen. Er was dus geen verplichting een aardlekschakelaar aan te brengen.

Op het moment dat een opdrachtgever een niet-specifieke uitvraag doet, heeft de installateur veel vrijheid. Dat doet niets af aan de verantwoordelijkheid van de installateur. Dat kan door een goede en veilige oplossing te bieden (en desnoods de opdracht te verliezen), maar ook op andere wijze. Bijvoorbeeld een aanbieding met een goedkoop alternatief en daarnaast een duurdere, betere variant. Ook kan hij de opdrachtgever adviseren voor een bepaalde oplossing te kiezen. Dat hoeft niet veel extra tijd en dus geld te kosten. Contact met de opdrachtgever en/of een bezoek ter plaatse is bij verbouw namelijk altijd al nodig. Het rechtens verkregen niveau is alleen ter plaatse te bepalen door inspectie van de installatie. Alleen het bouwjaar kennen is onvoldoende omdat het rechtens verkregen niveau hoger kan liggen dan het niveau dat destijds minimaal verplicht was. Het rechtens verkregen niveau is namelijk niet het niveau volgens de destijds geldende norm, het is het werkelijke, rechtmatig aangebrachte niveau. Dat kan dus hoger liggen, waarmee informatie over het bouwjaar dus niet afdoende is, ook al is het een oorspronkelijke, niet aangepaste installatie.

Waar de verantwoording ligt voor de toegepaste kwaliteit is helder: bij de opdrachtgever. Maar op het moment dat een opdrachtgever minder deskundig is, zullen de betrokken partijen zeker ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar de bouwregelgeving, maar ook naar de Arbowet en het Burgerlijk Wetboek.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels