artikel

Kennis niet opofferen bij nieuw regiobestuur

bouwbreed

Als de voortekenen niet bedriegen staat ons land aan de vooravond van een grootschalige bestuurlijke herindeling. Gooi bestaande kennis en ervaring daarbij niet weg, vindt Robbert Coops.

Het kabinet wil uitsluitend gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners, vijf provincies (landsdelen), terwijl waterschappen achter de bestuurlijke horizon verdwijnen. Daarmee is het proces van onderop waarbij gemeenten en waterschappen geleidelijk fuseren of samenwerken behoorlijk overhoop gehaald. Maar of het echt doorgaat in de gewenste vorm en het noodzakelijk gewachte tempo valt nog te bezien. Er zijn immers al zo veel initiatieven en adviezen op dit punt geweest.

Dat er – mede onder invloed van de financiële crisis – in de praktijk tussen het regionale en lokale bestuur al driftig en op vrijwillige basis wordt samengewerkt, is niet meer dan logisch. Zo functioneert in de regio Amsterdam al enige tijd de Metropoolregio Amsterdam, dat vooral niet gezien mag worden als nieuwe bestuurlijke tussenlaag.

Ook elders wordt werk gemaakt van bestuurlijke en regionaal-economische samenwerking. De provincie Zuid-Holland ziet wel iets in de vorming van een landsdeel Zuidvleugel, maar wil eerst de visie van de minister van Binnenlandse Zaken afwachten. Onder leiding van de burgemeesters van Rotterdam en Den Haag is intussen een proces gestart dat moet leiden tot de vorming van een metropoolregio. Dat lijkt logisch, al was het alleen maar omdat de huidige, economische en bestuurlijke samenwerkingsverbanden in Zuid-Holland nogal versnipperd zijn. Alle – nu nog 72 – gemeenten zitten in allerlei fijnmazige netwerken. Het stadsgewest Den Haag en de stadsregio Rotterdam zijn daarin – alleen al door hun bevolkingsomvang van meer dan een miljoen – dominant. Het zijn dan ook deze partijen die er hard aan sleuren om een nieuwe metropoolregio op te richten. Misschien ontstaat er uiteindelijk wel een (lichtere) variant, een regionale ontwikkelingsmaatschappij of een samenwerking in het kader van de Zuidvleugel van de Randstad. Eigenlijk zou die te kiezen organisatorisch vorm er niet zoveel toe moeten doen. Tenminste als een duurzame, economische groei een structureel uitgangspunt vormt van zo’n samenwerkingsverband. En als het vestigingsmilieu maar voldoende onderscheidend en attractief is, zeker ook voor buitenlandse ondernemingen. Een geluk bij een ongeluk is dat er nu door de structurele leegstand van kantoren, bedrijfsruimten en –terreinen voor buitenlandse ondernemers keuze te over is, tegen aantrekkelijke prijzen.

Bij het proces van het versterken van de gewenste regionale samenwerking blijven het aantrekken van nieuwe buitenlandse bedrijven en werkgelegenheid en de versterking van een internationaal aantrekkelijk vestigingsmilieu meer dan ooit van belang. Waarom buitenlandse investeerders zo belangrijk zijn voor de regionale economie blijkt uit recent onderzoek van het CBS. Buitenlandse investeerders en bedrijven brengen nieuwe kennis, werkgelegenheid en investeringen met zich mee, maar dragen ook meer dan proportioneel bij aan de economie: 17 procet van alle werkgelegenheid en gemiddeld 31 procent van de totale omzet. Buitenlandse bedrijven zijn verantwoordelijk voor 30 procent van alle investeringen in research & development in ons land. Percentages om bij stil te staan.

Organisatorisch en beleidsmatig zou de acquisitie van buitenlandse bedrijven in een nieuwe bestuurlijke constellatie dan ook minder versnipperd en effectiever dan nu moeten gebeuren. Bijvoorbeeld door één slagvaardige organisatie die door publieke partners uit de regio gezamenlijk gefinancierd wordt. Maar omdat er in het voorbeeld van Den Haag en Rotterdam twee succesvolle organisaties, te weten het Rotterdam Investment Agency en de Westholland Foreign Investment Agency functioneren is dat helemaal niet nodig. Beide hebben zich immers al bewezen. Omdat een regio als Zuid-Holland alles in zich heeft om te voldoen aan de specifieke wensen en eisen van ondernemingen en ondernemers, zijn twee samenwerkende acquisitieorganisaties helemaal geen luxe.

Samenwerking leidt tot economische groei, die zich niet wil laten beteugelen door gemeente- of provinciegrenzen of door onduidelijke afspraken en ondeugdelijke beleidsinstrumenten. Maar opgepast moet wel worden dat bestaande kennis en ervaring worden opgeofferd ter wille van nieuwe bestuurlijke constructen, zoals dat van metropolen of landsdelen.

Drs. Robbert Coops

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels