artikel

Innoveren in de openbare ruimte doe je samen

bouwbreed Premium

Steeds meer burgers en bedrijven willen meepraten over publieke voorzieningen die hen rechtsreeks raken, zoals de gezondheidszorg en de inrichting van de openbare ruimte. Hoe organiseer je dit als gemeente en wat levert deze zelfredzaamheid op?

De openbare ruimte in de stad is de grootste sociale voorziening in Rotterdam. Deze conclusie trokken vijftien medewerkers van Rotterdam en TNO, die zich samen intensief bogen over innovaties in het beheer van de openbare ruimte. Net als in de gezondheidszorg is er een toenemende maatschappelijke behoefte om invloed uit te oefenen op hoe dat precies gebeurt. Niet dat bedrijven staan te trappelen om publieke taken over te nemen, maar ze begrijpen wel dat de waarde van hun pand hoger is als de omgeving er aantrekkelijk uitziet. En in ruil voor hier en daar een gezellige plantenbak, wil menig bewoner best af een toe een stukje openbaar gras maaien.

Als toekomstige generaties inderdaad bereid zijn om meer verantwoordelijkheid te nemen voor collectieve voorzieningen, kunnen overheden daar maar beter op inspelen. In Rotterdam gaat de discussie bijvoorbeeld over een andere organisatie van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte: niet alleen met meer verantwoordelijkheid voor bedrijven en burgers, maar ook beter afgestemd op hun specifieke wensen. Dus niet standaard om de honderd meter een lantaarnpaal, maar samen met bewoners op zoek naar de beste plekken om zo de sociale veiligheid te vergroten. Ander voorbeeld: de waterberging in de wijk vergroten door een deel van de klinkerbestrating bij parkeerplaatsen te vervangen door groenstroken. Voor bewoners betekent dat minder wateroverlast en meer groen, terwijl de gemeente minder kosten maakt voor riolering en waterafvoer.

Zulke innovaties in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte vragen om een ‘ontschotte’ aanpak, waarbij flexibel met budgetten wordt omgegaan. Doorslaggevend is dat er voldoende prikkels zijn om de collectieve voorzieningen in stand te houden. Gemeenten lopen anders het gevaar dat het enthousiasme snel weer wegebt, net als in de keuken: koken vinden we allemaal leuk, maar niemand wil de afwas doen. Sinds jaar en dag gebruiken waterschappen daarom wettelijke instrumenten als een verordening en een dijkschouw. Tegenwoordig ligt een financiële prikkel misschien meer voor de hand: wie af en toe wat onderhoudswerk voor zijn rekening neemt, betaalt minder onroerend goed belasting? Dat bevordert niet alleen de zelfredzaamheid, maar ook de sociale samenhang.

Reageer op dit artikel