artikel

Vastgoed ontdekt mogelijkheden esco’s

bouwbreed Premium

Vastgoed ontdekt mogelijkheden esco’s

We verbruiken nog altijd onnodig veel energie. Met name in gebouwen kunnen we enorme besparingen realiseren. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van een energy service company (esco). Dat is een externe partij die het beheer van een gebouw overneemt en een structurele energiebesparing tot stand brengt. Titia Siertsema vindt esco’s een kans voor de overheid om te besparen en tegelijkertijd te stimuleren.

Vorige week op de vastgoedbeurs Provada bleek dat esco’s ook in ons land eindelijk de aandacht krijgen die ze verdienen. Vastgoedpartijen en overheden zien in toenemende mate de voordelen van het inzetten van een esco: een gegarandeerde return on investment , lagere kosten, een waardeverhoging van het vastgoed én een reductie van de CO2-uitstoot. De overheid zou er dan ook goed aan doen om op veel grotere schaal esco’s te betrekken bij het beheer van gebouwen. Als launching customerskunnen het Rijk en de lagere overheden een belangrijke bijdrage leveren aan de besparingen die nodig zijn om de diverse energie- en milieudoelstellingen te realiseren. De overheid bezuinigt daarmee op de uitgaven en stimuleert tegelijkertijd de economische bedrijvigheid in ons land. Want voor de (technische) maatregelen die gebouwen energiezuiniger maken, maken esco’s gebruik van de innovatieve kracht van het Nederlandse bedrijfsleven.

Een esco beheert gebouwen en installaties met het uiteindelijke doel om energiebesparing te realiseren. Het bedrijf dat als esco gaat optreden, investeert zelf in de benodigde besparingsmaatregelen. De esco ontzorgt of garandeert zelfs een bepaalde energiebesparing en sluit daarvoor met de eigenaar van het gebouw een prestatiecontract. Veel Nederlandse installatiebedrijven en technisch dienstverleners hebben de deskundigheid in huis die nodig is om energie-efficiënte installaties te ontwerpen en uit te voeren.

Vertrouwen

Esco’s realiseren structurele energiebesparingen voor de lange termijn. Alleen wanneer alle betrokken partijen vertrouwen hebben in de uiteindelijke resultaten, kan een esco succesvol zijn. En in dat geval levert de esco-constructie ook voor alle partijen winst op. Esco-projecten kunnen beperkt blijven tot verlichting of klimatisering (warmte, koude en ventilatie), maar er zijn ook steeds meer voorbeelden van complete gebouw-esco’s, inclusief isolatie van de gevel en het onderhoud aan de installaties.

Overheidsvastgoed is bij uitstek geschikt voor de inzet van esco’s. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor gebouwen met een publieke functie, voetbalstadions en datacenters. Juist bij die gebouwen is met energiebesparende maatregelen veel winst te halen. Grote beleggers en beheerders van maatschappelijk vastgoed zijn geneigd om dit soort investeringen uit te stellen, onder meer omdat zijn geen aanspraak kunnen maken op de Energie Investerings Aftrek (EIA). Via een esco-constructie profiteren zij wel van de EIA én van de expertise van de esco, niet alleen op technisch gebied, maar ook als het gaat om zaken als financiering en beheer.

Een esco verdient zichzelf dus terug, maar de risico’s zijn aanzienlijk. Banken hebben behoefte aan zekerstellingen om projecten te financieren. Ook bij het verschaffen van die zekerheid kan de overheid een rol spelen. Energiezuinige gebouwen hebben immers ook een maatschappelijk belang. Overheidssubsidies zijn daarbij niet eens nodig. Een revolving fundwaarmee de overheid garant staat, kan het esco-initiatief in Nederland al op gang brengen.

De inzet van esco’s voor het energiezuinig maken van gebouwen is van belang voor milieu en klimaat, maar ook voor onze economie. Door een begin te maken met de verduurzaming van overheidsgebouwen, zetten we een ontwikkeling in gang die direct werkgelegenheid oplevert. Bovendien stimuleert de overheid daarmee de groei van gespecialiseerde know-how. De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau publiceren deze week economische cijfers die de discussie over bezuinigen of stimuleren weer doen oplaaien. Het esco-concept laat zien dat het allebei tegelijk kan. Als de overheid laat zien dat ze vertrouwen heeft in een duurzame toekomst, worden we daar allemaal beter van.

Titia Siertsema, voorzitter van Uneto-VNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche

Reageer op dit artikel