artikel

Geen zonnepanelen op braakliggende grond

bouwbreed Premium

Geen zonnepanelen op braakliggende grond

Op dit moment blijven reeds aangekochte gronden steeds vaker onbebouwd. Daarom is men op zoek naar een manier om deze braakliggende gronden een andere, nuttige en lucratieve bestemming te geven. Het idee om deze gronden tijdelijk te vullen met zonnepanelen komt regelmatig naar voren. Geen goed idee, volgens Lucia Kleinegris.

Energieopwekking met zonnepanelen klinkt als een mooie duurzame benutting van de vele braakliggende terreinen én het levert ook nog geld op. Dubbele winst, die gemeentes en ontwikkelaars met grondpositie goed kunnen gebruiken. Er zijn echter nogal wat knelpunten die dit op het eerste gezicht geweldige plan in een geheel ander licht plaatsen.

Om het project daadwerkelijk financieel haalbaar te maken (en dat was de bedoeling toch?) zetten we de kosten en opbrengsten eens grofweg op een rij. Natuurlijk is daar in eerste instantie de investering in de panelen zelf, inclusief omvormers, draagconstructie en aansluitwerkzaamheden. Om te voorkomen dat de zonneweide bij hevige windvlagen geen zonnezeil wordt, zullen zij natuurlijk goed geballast of verankerd moeten zijn. Tot zover niets nieuws. Maar dan komen de grote verschillen met de ‘gewone’ dakgebonden zonne-energie.

Daarnaast zijn er de kosten voor de verharding van het terrein. Zonnepanelen kunnen namelijk niet zomaar in de weide gezet worden. Voor optimale werking en rendement is het nodig om overwoekering te voorkomen en eventuele zettingsverschillen in de grond op te vangen, of moet de installatie zwaarder gefundeerd worden. Hierbij gaat het al snel om oppervlaktes zo groot als een voetbalveld!

Tevens kent iedereen inmiddels de waarde van zonnepanelen, waarmee het risico op diefstal toeneemt. De kosten voor diefstal- en vandalismebestendige maatregelen zijn dan ook een mustbij een dergelijk plan. De kosten voor een deugdelijk hekwerk, camera’s en opvolging zijn niet gering. Op hoge daken zijn deze risico’s meestal vanzelf geborgd.

Dan is er de vraag:hoe kunnen we de opgewekte elektriciteit gebruiken? Bij dakgebonden zonne-energie geldt dat de gebouwen al een elektrische aansluiting hebben. Mits de vermogens zijn afgestemd, kan hierop de energie worden teruggeleverd. Bij een braakliggend terrein moet een aparte elektrische aansluiting gemaakt worden. En als het vermogen zo groot is als sommige initiatiefnemers zouden willen, kan de opgewekte elektriciteit niet eens direct in het laagspanningnet worden ingevoed. Hiervoor zijn transformatoren, een schakelstation en meters kabeltracé nodig. Dit vergt een aanzienlijke investering.

Terugverdientijd

Men verwacht een korte terugverdientijd, het is immers een tijdelijke oplossing. Maar wat zijn dan die opbrengsten? Ten eerste natuurlijk de opbrengst van de oogst zelf: de verkoop van de opgewekte elektriciteit. Gezien de lage terugleververgoeding zal men hier niet echt rijk van worden. Of verwachten ze dat de eigenaar van de panelen ook nog huur voor het terrein gaat betalen? Dan stijgen de exploitatiekosten en zal de huurder garanties voor een veel langere gebruiksduur verlangen.

En stel dat de crisis na vijf jaar ‘over’ is? Dan komt het risico om de hoek dat het terrein geclaimd wordt voor een ander doel. Compensatie van de gebruiker en ontmanteling van de installatie is dan noodzakelijk. Vanwege de snelle ontwikkelingen in de pv-markt zullen deze ‘tweedehands’ panelen inmiddels te duur zijn om de resterende levensduur nog elders te plaatsen en zij zullen worden afgedankt. Niet alleen blijkt het plan dan economisch bijzonder onrendabel, maar duurzaamheid is dan ook ver te zoeken.

Als men duurzaamheid wil uitdragen, benut dan de vele geschikte, maar nu ongebruikte, dakvlakken, vooral boven op bedrijvenpanden! Als men bereid is geld aan een dure zonneweide te spenderen, zou hetzelfde geld dus veel beter, goedkoper en efficiënter gebruikt kunnen worden door het gebruik van zonnepanelen op daken te stimuleren en op te schalen.

Lucia Kleinegris, Senior adviseur energie en duurzaamheid bij Grontmij

Reageer op dit artikel