artikel

Bedrijfsruimte in stad vraagt om doorbraak

bouwbreed Premium

Stadsbedrijven zorgen voor werk en welvaart. Maar er is voor hen onvoldoende plek. Terwijl kantoren leegstaan, is er juist grote behoefte aan vooral kleinschalige bedrijfshuisvesting, constateert Jeroen den Uyl. Het tekort kan worden opgelost.

Jane Jacobs wist het al: de beste steden zijn steden die alle functies in de wijk in een gemengde situatie herbergen (zoals de Amsterdamse Pijp, een typische Jane Jacobs-wijk). Naoorlogse wijken zijn anders ontworpen. Gebaseerd op functiescheiding scheppen ze rust en ruimte voor bewoners en bannen ze vieze industrie de wijk uit.

Functiescheiding heeft nadelige effecten voor de wijken: winkelstrippen zien er niet uit, garageboxen worden voor andere zaken gebruikt. Ondernemerschap is nauwelijks zichtbaar aanwezig in het straatbeeld. Dat terwijl de behoefte aan vooral de kleinschalige ruimten groot is, zo blijkt telkens uit diepgaand onderzoek. Veel kleine startende ondernemers willen in de stad hun werkplaats. Daar is nu te weinig ruimte voor en dat nekt werkgelegenheid en een florerende economie.

Ondertussen verandert de maatschappij: productie is niet vies meer; hinder neemt al jaren af. Van drukkerijen naar printshops. Van bakkerijen naar broodjeszaken, van winkels naar webshops, en verkoop achter de voordeur. Werk en privé worden steeds minder gescheiden, veel mensen zijn én ondernemers in deeltijd én werknemer in deeltijd.

Er is een groot verlangen om wijken meer te mengen zoals Jane Jacobs wilde. Wat houdt ons nog tegen?

Het ruimtelijk recht, de financieringssystemen, de boekwaarden, de geluidscontouren: het zijn allemaal uitingen van oud denken. Het is gestold denken in termen van regels, procedures (bestemmingsplannen, vastgoedprijzen, omgevingsvergunningen etc) , institutionele belemmeringen (monofunctionele blik van corporaties) en beperkte mindset (de projectleider denkt aan woningen, economie is en blijft voor hem ongrijpbaar).

Toch is het oplosbaar!

• Regels kunnen we aanpakken. Er zit vaak best veel ruimte maar die moet je wel zoeken. De mindset van ambtenaren is hier soms beperkend. Men is bang tot de rand te gaan. De minister van I&M snapt deze situatie; zij is bezig met pilots om bestemmingsplannen flexibel te maken. Een right to challenge biedt burgers de mogelijkheid om regels die hun doel missen of voorbijschieten, aan te vechten.

• Concrete aandacht en targets helpen. Geef ambtenaren en eventueel ook politieke leiders taakstellingen mee. Haal zoveel vierkante meter per jaar aan extra bedrijfsruimten in deze woonwijk.

• De beperkende regelgeving op corporaties maakt dat we afscheid moeten nemen van deze organisaties in de ontwikkeling van meer bedrijfsruimten in woonwijken. Onze strategie richt zich op het actief betrekken van kleinere ontwikkelaars die de markt van kleinschalig bedrijfsruimten goed begrijpen en de risico’s beter kunnen duiden, valideren en managen.

• De laatste weerstand zit in ons zelf: wat we niet zien kunnen we niet waarderen. Kleinschalige bedrijfsruimten lijkt uit ons systeem te zijn gegaan. Ambtenaren vinden het moeilijk om zonder harde onderbouwing te gaan voor dergelijke projecten.

Kleinschalige projecten

Een voorbeeld dat aangeeft dat het kan. In 2011 scande de gemeente Den Haag circa veertig kansrijke kleinschalige locaties en stelde daaruit een top 12 samen. Vele locaties bevinden zich in een (naoorlogse) wijk, dus niet de gemakkelijkste locaties. Toch zijn in de afgelopen twee jaar zes locaties uit dit programma gerealiseerd en verhuurd aan ondernemers. (o.a. in een voormalige brandweerkazerne). Het gaat hier om kleinschalige projecten, die door de markt op eigen risico zijn gerealiseerd. De rol van de gemeente is die van een facilitator, die tot het slaan van de eerste paal, betrokken blijft bij de ontwikkeling.

Gemeenten en de markt kunnen kleinschalige bedrijfsruimten creëren. Met die ruimten betere faciliteiten voor ondernemerschap, werkgelegenheid en levendige wijken. Dat is een kwestie van willen.

Reageer op dit artikel