artikel

Techniek basis voor kostenbesparingen

bouwbreed Premium

Rotterdam is dit jaar gastheer van het IABSE-congres. Ingenieurs van de gemeente presenteren daar een aantal oplossingen om bestaande infrastructuur beter te laten renderen. Een mooi voorbeeld van de toegevoegde waarde van ingenieurs, vindt Johan Vermeer. Kostenbesparing begint en eindigt met technische kennis.

Honderden ingenieurs en wetenschappers uit de hele wereld buigen zich vanaf 6 mei in Rotterdam over nieuwe manieren om bestaande infrastructuur langer, efficiënter en beter te benutten. Oftewel over oplossingen om méér te doen met minder. Dat past goed in een tijd waarin het economisch minder gaat. Toch brengt juist die tegenwind het beste in ingenieurs naar boven.

Voor een stad is infrastructuur een van de meest kapitaalintensieve bezittingen. De daarmee gemoeide bedragen zijn groot, net als het belang van hetgeen de investeringen mogelijk maken. Bruggen, tunnels, viaducten, wegen en kades hebben als onderdeel van het vaatstelsel van de stad een cruciale rol in de economische, sociale en ruimtelijke ontwikkeling. Zonder infrastructuur geen ontwikkeling, zonder ontwikkeling geen welvaart.

Ingenieurs spelen een minstens zo belangrijke rol als de infrastructuur die ze ontwerpen, bouwen én in stand houden. Vooral dat laatste weegt zwaar. De aanlegkosten zijn namelijk maar een deel van het totaal. Onderhoud legt vaak veel meer financieel gewicht in de schaal. Op beide is aanzienlijk te besparen. Maar er is nog een derde manier waarop de kosten van infrastructuur kunnen worden beperkt: door de levensduur te verlengen.

Een brug die eigenlijk na 50 jaar vervangen zou moeten worden, maar die gemakkelijk 25 jaar langer mee kan, betekent een enorme besparing. Het kunnen uitstellen van majeure investeringen in nieuwbouw kan nét de armslag geven die nodig is om in economisch moeilijkere tijden het huishoudboekje van de stad kloppend te houden. De Rotterdamse stadsingenieurs zijn als geen ander van dat feit doordrongen.

Tijdens IABSE presenteert Rotterdam negen voorbeelden van de manier waarop infrastructuur beter kan worden benut – zowel binnen de eigen stad als daarbuiten. Hoe bijvoorbeeld met een uniforme beoordeling van kademuren nodeloos onderhoud kan worden voorkomen, terwijl de veiligheid uiteraard gegarandeerd is. Maar ook hoe door zeer gedetailleerd naar de werkelijke belasting van infrastructuur te kijken, miljoenen kunnen worden bespaard op het onderhoud.

Zo zijn ingenieurs van de gemeente Rotterdam betrokken bij het Kargo-project, de renovatie en vernieuwing van acht stalen boogbruggen, onder meer over het Amsterdam-Rijnkanaal. Dankzij het nodige ingenieuze rekenwerk is aangetoond dat zeer ingrijpende aanpassingen aan de bruggen-op-leeftijd vaak niet nodig zijn. Het rekenwerk heeft een aanzienlijke constructieve – en daarmee financiële – reserve blootgelegd.

Ook in de uitvoering van projecten is nog veel te winnen. In dat kader heeft Rotterdam vorig jaar vol ingezet op halftime , ofwel projecten uitvoeren in de helft van de tijd die er gewoonlijk voor staat. Projecten in de stad sneller uitvoeren bespaart niet alleen geld, maar zorgt ook voor minder overlast voor de omgeving, minder milieuvervuiling en een betere bereikbaarheid van de stad. Ook daarover worden tijdens IABSE presentaties gegeven.

Het is nodig om op een andere manier naar het gebruik van infrastructuur te kijken. Béter kijken en vervolgens vaker en soms langer rekenen. De kosten van die berekeningen zijn in de meeste gevallen slechts een schijntje van de winst die ze mogelijk maken. Moeten eisen die aan snelwegen worden gesteld ook gelden voor stadswegen die veel minder zwaar worden belast? Op die schaal is nog een wereld te winnen.

Aantonen dat infrastructuur die eigenlijk al is afgeschreven, technisch nog lang niet aan het einde van zijn Latijn is, daar zijn miljoenen mee te besparen. Dat is ook het geval met meer risicoge-stuurd in plaats van planmatig onderhoud. Veiligheid staat daarbij uiteraard voorop, maar overkill aan onderhoud moet voorkomen worden. Hoeveel onderhoud is genoeg, hoeveel is te weinig – ingenieurs weten ook dat antwoord.

Reageer op dit artikel