artikel

Inzicht in milieueffecten met Omgevingswijzer

bouwbreed Premium

Als hulp om te komen tot een meer duurzame leefomgeving heeft Rijkswaterstaat een Omgevingswijzer ontwikkeld. Het is een democratisch en laagdrempelig instrument, vinden Robbert Coops en Bert Wolting.

Er is en wordt veel geschreven en gedebatteerd over het begrip duurzaamheid. Niet alleen in de bouw of gebiedsontwikkeling overigens maar ook daarbuiten. Het begrip lijkt langzamerhand verworden tot een schaamlap. Zolang niet duidelijk is wat er precies onder verstaan wordt blijft het een steeds mistiger concept zonder waarde. Dat is jammer en onnodig. Jammer omdat duurzaamheid in principe een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van het leven ( people ), de instandhouding van milieu, onvervangbare materialen en energiebronnen ( planet ) en een duurzame en innovatieve economie ( profit ). Onnodig, omdat het best mogelijk blijkt een concrete en taakstellende onderbouwing te geven. Dat is gebeurd bij gebiedsontwikkeling, waardoor inzichtelijk is gemaakt welke consequenties de aanleg van infrastructuur met zich meebrengt.

Duurzame gebiedsontwikkeling is een complex samenspel tussen Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten, waterschappen, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en natuurlijk burgers. Zij hebben allemaal eigen belangen en opvattingen over de (on)-wenselijkheid van het aanleggen van nieuwe infrastructuur, maar baseren hun ideeën daarover ook allemaal op andere bronnen, ervaringen en afwegingen. Dat krachtenspel levert vaak een moeizaam discours en uiteindelijk een suboptimale beslissingen op, omdat er nauwelijks sprake is van volledige en integrale afwegingen om te komen tot een (meer) duurzame leefomgeving. Om dat proces inzichtelijker te maken heeft Rijkswaterstaat een Omgevingswijzer ontwikkeld die helpt om verschillende belangen overzichtelijk in kaart te brengen. Het is een democratisch en laagdrempelig instrument waardoor al vroeg in het proces duidelijk is waar overlappende doelen liggen. Ook in latere fases – gebiedsagenda, verkenning, planstudie en realisatie – van gebiedsontwikkeling kan dit instrument worden ingezet. En daarbij geeft deze wijzer redelijk concreet aan welke effecten er kunnen worden verwacht en op welke manier slimme combinaties kunnen leiden tot duurzame resultaten. In dat opzicht is de milieueffectrapportage weliswaar veel wetenschappelijker van opzet, maar ook ingewikkelder te interpreteren en in het proces in te schakelen.

De Omgevingswijzer analyseert een infrastructureel project via twaalf duurzaamheidsthema’s, van waaruit verschillende oplossingen met elkaar in verband worden gebracht. Het gaat om water, bodem, energiegebruik, ecologie en biodiversiteit, ruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteit, sociale betrokkenheid, welzijn, bereikbaarheid, financiën en investeringen, economische baten voor de bedrijvigheid en economische baten voor de bevolking. Elk thema kent een beperkt aantal duurzaamheidsprincipes met achterliggende vragen (positief, negatief, geen) die systematisch digitaal kunnen worden ingevuld, zowel door individuen als door groepen. De flexibiliteit van het instrument is van belang, omdat elke situatie (ook in ruimte en tijd gezien) anders is; er kunnen dus elementen aan de vragenlijst worden toegevoegd, verwijderd of veranderd. Er ontstaat uiteindelijk een score die interactief gevisualiseerd wordt in een zgn. resultatenwiel, dat weer gebruikt kan worden als samenvatting of communicatie-instrument.

Eigenlijk is de Omgevingswijzer een gebruikersvriendelijk instrument dat inzicht geeft in de milieueffecten van gebiedsontwikkeling. Maar opgepast moet worden dat – net zoals dat bij de milieueffectrapportage, onderzoek of adviezen nog wel eens gebeurt – de resultaten nooit een op een kunnen worden doorvertaald in het besluitvormingsproces rond infrastructurele ontwikkelingen. Want hoe positief of negatief de uitslagen ook zijn, er zal altijd ook een maatschappelijke en politiek-bestuurlijke discussie, afweging en besluitvorming moeten plaatsvinden, waarbij de resultaten uit de Omgevingswijzer een ondersteunende rol spelen. Wanneer integratie van dit instrument kan worden geborgd zal het een goede informatiebron vormen voor duurzame gebiedsontwikkelingen.

Reageer op dit artikel