artikel

De compacte stad

bouwbreed Premium

In Nederland, en diverse andere landen wordt het doel van de ‘compacte stad’ nagestreefd. Daar zijn op zich heel goede redenen voor.

Niet alleen vanuit perspectief van de beperkt beschikbare ruimte, maar ook vanuit milieutechnische efficiëntie (o.a. energetisch, materiaalgerelateerd, mobiliteit, etc.). Voor wat betreft energie ontstaat er echter langzamerhand ook een dilemma. De energiedichtheid van duurzame energie is namelijk klein ten opzichte van die van fossiele energie. Zo is de energiedichtheid van zonne-energie, zowel directe zonne-energie als windenergie in de orde van 150 watt per vierkanter meter, terwijl de verbrandingsmotor die voorin een vrachtauto staat op een oppervlak van circa een vierkante meter al gauw een vermogen heeft van 150 kilowatt, ofwel een factor 1000. In de gebouwde omgeving wordt veelal getracht deze hernieuwbare bronnen van energie zo dicht mogelijk bij het gebruik te houden; dus bij voorkeur nabij (in/tussen/op) de gebouwen. Dit om transportverliezen te voorkomen, maar ook om het ultieme doel van autonomie (lees onafhankelijkheid) te benaderen. Dat dit bij de compacte stad moeilijker wordt is duidelijk, al geldt dat warmte levering (of koude), en uitwisseling, juist ook gebaat is bij nabijheid. Voor elektriciteit impliceert de compacte stad in combinatie met de lage energiedichtheid van hernieuwbare bronnen echter dat je of buiten het eigenlijke plangebied moet gaan opwekken (bijv. op zee), of slimmer moet uitwisselen ( smart grids , slimme functiecombinaties).

Kijk je tegelijkertijd naar state of the art gerealiseerde energiepositieve (woon)gebouwen (dus met een epc van 0 of lager), dan blijkt al gauw dat vrijwel alle – op zich uitstekende – woningen en varianten hiervan vrijstaande of hooguit zijdelings gekoppelde grondgebieden eengezinshuizen betreffen. En daarmee dus een lagere bebouwingsdichtheid impliceren. Daar gaat de compacte stad…

Eén van de hypothesen van de Belgische inzending voor de Biënnale in Venetië van vorig jaar was dat wellicht de gespreide stad, zoals die – overigens ook daar ongewenst geacht – aan het ontstaan is, misschien nog niet eens zo slecht is vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstige veerkracht. Actueel onderzoek aan de TU Delft toont echter dat het wel mogelijk is om én compact te bouwen, én energieneutraal dan wel leverend te worden (ook voor elektra), maar dat dit impliceert dat we andere heilige koeien in de (steden)bouw over boord moeten gooien. Wil je daar tóch aan vast houden, dan is de versie van onze zuiderburen misschien zelfs een verstandiger alternatief.

Prof.dr.ir. Arjan van Timmeren, TU Delft, Environmental Technology & Design

Reageer op dit artikel