artikel

Geen rechtsgeldig inroepen van retentierecht (II)

bouwbreed

In Cobouw van 19 juli 2011 besprak mr. J.Haest de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 11 mei 2011, waarin de rechter oordeelde dat de sloper van het Imax-theater niet het retentierecht mocht uitoefenen.

De sloper beschikte niet over de feitelijke macht, doch had deze eigenmachtig opgeëist. Ook recent werd door arbiter in arbitraal kort geding (22 juni 2012, RvA nr. 33.884) geoordeeld dat het eigenmachtig opeisen van de feitelijke macht teneinde het retentierecht in het leven te roepen, niet mogelijk is.

Vanaf de start van het werk was in opdracht van hoofdaanneemster een hek om de gehele bouwplaats gezet. Deze bouwplaats was via vier (hoofd)ingangen toegankelijk. Aan het einde van iedere werkdag werden deze ingangen afgesloten met een van hangsloten voorzien hek van hoofdaanneemster. Zowel hoofdaanneemster als onderaanneemster waren in het bezit van een sleutel van alle sloten van het hek en van een sleutel van de deuren van de in aanbouw zijnde woningen. Na een gerucht over een aanstaand faillissement van hoofdaanneemster, heeft onderaanneemster gepoogd om door haar geleverde zaken van de bouwplaats af te voeren. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat onderaanneemster de sleutels van de woningen heeft moeten afgeven. Nadien werd hoofdaanneemster failliet verklaard. Op de dag van de failliet verklaring heeft onderaanneemster zich de toegang tot het bouwterrein verschaft door het slot van het hek open te maken met de nog in haar bezit zijnde sleutel. Vervolgens heeft onderaanneemster de vier hangsloten van de diverse toegangswegen tot de bouw verwijderd en nieuwe sloten opgehangen. Door onderaanneemster werd een bord opgehangen met de tekst: ‘hier voert onderaanneemster het retentierecht uit’.

Arbiter oordeelde dat van een rechtsgeldig inroepen van het retentierecht geen sprake was. De feitelijke omstandigheden duiden volgens arbiter niet op (exclusieve) feitelijke macht van onderaanneemster. Zo was de omstandigheid dat onderaanneemster een sleutel van het hek en van de woningen had onvoldoende om feitelijke macht aan te nemen. Arbiter oordeelde dat de feitelijke macht over de zaak moet zijn verkregen als uitvloeisel van de normale uitoefening van de overeenkomst en dus op rechtmatige wijze. Ik deel de visie van arbiter dat het eigenmachtig opeisen van de feitelijke macht niet kan.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels