artikel

‘Fiscale prikkel maakt gebouwen groener’

bouwbreed

‘Fiscale prikkel maakt gebouwen groener’

In de gebouwde omgeving valt nog veel energiebesparing te behalen. Koppeling van de OZB aan het energielabel is een van de mogelijkheden. Maar minister Verhagen twijfelt over de effectiviteit van de OZB-differentiatie. Onterecht, vindt Eugene Grüter. De maatregel is door haar directheid juist effectief.

Minister Verhagen stelt in een brief aan de Tweede Kamer dat OZB-differentiatie een lastig instrument is om energiebesparing te realiseren. Daarover bericht Cobouw op 16 juli. Een opmerkelijke aanname, zeker als we een uitstapje maken naar het succes dat ontstaan is door bijtelling op groene leaseauto’s.

Dankzij een pakket fiscale maatregelingen is er een grote run gekomen op energiezuinige auto’s, waardoor het Nederlandse wagenpark fors minder CO 2-uitstoot. Het pakket laat niet alleen zien dat een financiële prikkel consumenten er toe aanzet om energiezuinige auto’s te kopen, maar dat ook de industrie het aanbod duidelijk aanpast op de marktvraag.

Compensatie

Een lagere OZB zal op die manier ook een prikkel geven om het energiegebruik van gebouwen te verlagen. In beginsel wijkt dit niet af van de vergroening van het wagenpark. In de gebouwde omgeving valt nog veel energiebesparing te behalen, zeker wanneer we ons realiseren dat 40 procent van de totale CO 2-uitstoot door gebouwen wordt veroorzaakt.

Nu veel bedrijven in Nederland hun strategie hebben ingezet op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is het goed deze besparingsaanpak door te trekken naar kantoorpanden. Wanneer in de huidige situatie kantoorpanden een gemiddeld energielabel D bezitten, kan dit als vertrekpunt worden gehanteerd.

Voor alle gebouwen die groener zijn, dus met een A, B of C label, wordt vanaf de aanvang minder OZB betaald. Voor alle gebouwen met een E,F of G-label wordt een opslag gerekend.

De OZB voor gebouwen met een D-label blijft op hetzelfde niveau. De overheid heeft tevens de mogelijkheid om de lat hoger te leggen. Als het D-label een basis vormt, kan daarna het C-label als minimale norm worden gesteld.

Voor de overheid zelf hoeft het niets te kosten. Dalende OZB-inkomsten uit A, B en C labels worden immers gecompenseerd door de niet-energiezuinige gebouwen.

Daarnaast bevordert het de lokale werkgelegenheid. Gebouweigenaren zullen immers meer willen verduurzamen en doen daarbij een beroep op aannemers, installateurs en adviesbureaus.

Tegelijkertijd wordt in de aanbodkant de innovatie gestimuleerd op het verduurzamen van (bestaande) gebouwen. Net als de automotivesector zal de bouwsector meer vraag zien naar energiezuinige oplossingen en het aanbod daar verder op aanpassen.

Twijfel

De minister zaait in zijn brief twijfel over de effectiviteit van de OZB-differentiatie. Hij wijst daarbij op een rapport uit 2008, waarin gesteld wordt dat een differentiatiesysteem op gespannen voet staat met de rechtsgrond en het karakter van de OZB.

Die conclusie vind ik te kort door de bocht. Gebouweigenaren met een vervuilender energielabel zullen niet op deze differentiatie zitten te wachten, maar iedereen heeft begrip voor het feit dat ‘de vervuiler betaalt’. Daarnaast is OZB-differentiatie een directe maatregel. Bij auto’s heeft deze maatregel direct effect gehad. De andere type maatregelen in de brief van de minister, bijvoorbeeld informeren en subsidies, zijn veelal indirectere maatregelen waarvan effecten onduidelijk zijn. Markt en overheid moeten allen hun verantwoordelijkheid nemen om de generaties na ons een betere leefomgeving te bieden.

Wanneer er dus een effectief systeem beschikbaar is dat aanwijsbaar ons land groener maakt, roep ik de komende regering op om fiscale prikkels via de OZB op gebouwen in te voeren. Een duurzame leefomgeving, meer en betere werkgelegenheid en een stimulans voor innovatie vallen ons ten deel.

Eugene Grüter, Businessline directeur Bouw bij Royal Haskoning DHV

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels