artikel

Opwaarderen of sloop

bouwbreed

In 2030 is de bouwsector definitief veranderd. We ontwikkelen en bouwen dan voor de eeuwigheid. Onze gebouwen zijn nu al van uitzonderlijke kwaliteit en zullen in 2030 niet meer te overtreffen zijn. Wij leggen nu een definitieve basis voor onze toekomst. Onno Dwars vindt dat een morele taak.

De opgave voor 2030 zal bestaan uit vernieuwbouw en nieuwbouw. De vernieuwbouw betreft voor het grootste gedeelte hetgeen dat na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd. Toen kwantiteit het belangrijkste was. Woningen met een slechte schil en een beperkte verdiepingshoogte. De kwaliteit van de woningen van eind jaren zeventig tot begin jaren negentig is van redelijk niveau maar ook deze woningen vormen geen duurzame basis voor de eeuwigheid. De kantoren van die tijd hebben geen duurzame schil en ook is de hoofddraagstructuur onvoldoende voor volgende generaties om op door te kunnen bouwen. Het is lonender deze gebouwen te slopen dan op te waarderen.

Doordat er geen ruimte meer is voor onbeheerste groei van steden zal de opgave voornamelijk bestaan uit vernieuwbouw. Duurzame energie en duurzaam materiaalgebruik zullen in 2030 vanzelfsprekend zijn. De ontwikkelopgave zal voornamelijk gaan veranderen door een steeds verder terugtrekkende overheid, die alleen nog regie gaat voeren, en gelddrang die plaats maakt voor een toenemend verantwoordelijkheidsgevoel. De rol van de ontwikkelaar zal gaan verschuiven en het belang van de locatie en de infrastructuur zullen in 2030 toenemen.

De locatie wordt nog belangrijker. Het is de afgelopen tijd wel duidelijk geworden dat niet elke locatie geschikt is voor elke willekeurige functie. Tevens kijkt de maatschappij over onze schouders mee naar wat wel en wat niet verantwoord is. Bouwvolumes zullen dan ook meer overwogen gerealiseerd gaan worden. Een leegstaand gebouw is voor de stad als een opgedroogde rivier in vruchtbaar landschap. Functies zijn tijdelijk, maar gebouwen zullen van eeuwigdurende kwaliteit zijn waardoor sloop vanuit kwalitatief en financieel oogpunt niet meer wenselijk is. Om langdurige leegstand te kunnen voorkomen moeten gebouwvolumes de eigenschap hebben om te kunnen transformeren om daarmee aan de veranderende vraag te kunnen voldoen. Of gebouwen moeten een meer tijdelijk karakter krijgen en ontworpen worden vanuit de circulaire economie waardoor hergebruik op een verantwoorde manier mogelijk is.

Door de terugtrekkende overheid en de steeds groter wordende complexiteit van ontwikkelen, vooral in binnenstedelijke gebieden, zullen er steeds meer maatschappelijke taken door de ontwikkelaars en bouwers moeten worden opgelost om nog tot bouwen te kunnen komen. Zo zal steeds vaker een ontwikkeling worden gezien als een impuls om bijvoorbeeld de leefbaarheid van gebieden te verbeteren, infrastructuur op te waarderen, ecologische gebieden te verbinden, openbaargebied in te richten of langdurig werklozen te re-integreren op de arbeidsmarkt.

De ontwikkelaar zal transformeren van vastgoedontwikkelaar naar maatschappelijk ontwikkelaar. Dit zal niet alleen vanuit de overheid aan de bouw- en vastgoedsector worden opgelegd maar ook door de maatschappij. Programma’s zoals De slag om Nederland zijn daar een voorbeeld van. Dit biedt ook kansen. De maatschappelijke toegevoegde waarde zal worden vertaald in planologische ruimte voor de ontwikkelaar. Deze ruimte is voor zowel de maatschappij als de ontwikkelaar van grote waarde.

De infrastructuur is onlosmakelijk verbonden met de gebouwde omgeving. De infrastructuur zal in grote mate de duurzaamheid van 2030 bepalen. Het zal onmogelijk zijn alle gebouwen zelfvoorzienend te maken. Daarnaast is het de vraag of het financieel aantrekkelijk is dit te doen. Een infrastructuur gebaseerd op duurzame bronnen biedt de mogelijkheid om snel op te schalen naar een groene economie.

Duidelijke keuzes

Dit vraagt wel binnen nu en afzienbare tijd duidelijke keuzes van de overheid. Zoals het wel of niet in standhouden van de gasinfrastructuur. Zoals we in de jaren zestig binnen twee jaar 120.000 kilometergasnet hebben aangelegd, zullen we nu snel moeten transformeren naar een nieuwe infrastructuur die ons voorziet van duurzame energie. Alleen dan kunnen we bouwen aan een echt duurzame toekomst!

In 2030 is de ontwikkelaar is getransformeerd tot een maatschappelijk ontwikkelaar en ontwikkelt in dialoog met de maatschappij niet alleen gebouwen maar brengt gebieden in een nieuwe dynamiek waarin welzijn centraal staat. Een opgave die de sector bestaansrecht geeft!

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels