artikel

In het Nederlands graag

bouwbreed

Kort geleden kreeg ik een bestek onder ogen met een opmerkelijke inschrijfeis: ”De inschrijver verplicht zich dat alle door hem in te zetten medewerkers de Nederlandse taal in woord en geschrift beheersen”. Bij het lezen van deze eis gingen spontaan mijn wenkbrauwen omhoog. Ik vroeg mij af: ”Mag een opdrachtgever deze eis wel zo stellen”.

Het antwoord is: nee. Deze algemene taal-eis is, zoals hij nu wordt gesteld, disproportioneel. Een opdrachtgever heeft met een dergelijke eis veelal iets voor ogen. In bijna alle gevallen kan hij het beoogde doel echter met veel minder ver gaande eisen realiseren. Natuurlijk, een taal-eis kan in een aantal gevallen aanvaardbaar zijn. Bij de uitvoering van gww-werk zal het leidinggevend personeel moeten kunnen communiceren met de opdrachtgever en eventueel derden. De opdrachtgever moet met de uitvoerder over de kwaliteit van het werk kunnen spreken in de landstaal. Deze eis kan echter zeker niet worden gesteld aan medewerkers aan de schoffel of de troffel. Dat de Nederlandse taal ook nog eens moet kunnen worden geschreven, maakt al duidelijk dat de opdrachtgever niet echt heeft nagedacht over zijn vraag. Voor de uitoefening van hun werkzaamheden is schrijven immers geheel niet nodig.

Dat deze algemene taal-eis niet zo mag worden gesteld, komt voort uit Europese regelgeving en Nederlandse jurisprudentie. Het is indirect discriminerend. Discriminerend omdat het belemmeringen opwerpt in het handelen en bij aanbesteding het vrije verkeer belemmert (niet iedereen kan inschrijven). Er is sprake van indirecte discriminatie omdat niet een bepaalde nationaliteit wordt uitgesloten, maar door de taal-eis – de Nederlandse taal – hetzelfde effect wordt bereikt.

De opdrachtgever zal naar voren brengen dat hij alle medewerkers wil kunnen aansturen en opdrachten wil kunnen geven. Paragraaf 6, lid 2, van de UAV bepaalt dat de aannemer verplicht is de orders en de aanwijzingen op te volgen die hem door de directie worden gegeven. De directie mag iets vinden van de omvang van de opdracht, de kwaliteit en de veiligheid, maar niet van de organisatie. Een directie mag de medewerkers alleen dan rechtstreeks aanwijzingen geven als de aannemer hem daarvoor toestemming heeft gegeven. Indien dit het geval is en de aannemer wil aan dit verzoek gehoor geven, dan kan hij daar bepaalde medewerkers voor aanwijzen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels