artikel

Bouwmaatjes

bouwbreed

Mijn enige broer heeft de intellectuele wereld nooit ervaren zoals ik. Het is geen belemmering geweest voor zijn loopbaanontwikkeling en het vormen van een gezin. Duivenmelken bekoort hem meer dan de fenomenologie van Heidegger en de vakbond staat dichter bij hem dan een werkgeversvereniging. Amper 15 jaar oud bracht zijn onderwijsvrijstelling hem in de wereld […]

Mijn enige broer heeft de intellectuele wereld nooit ervaren zoals ik. Het is geen belemmering geweest voor zijn loopbaanontwikkeling en het vormen van een gezin. Duivenmelken bekoort hem meer dan de fenomenologie van Heidegger en de vakbond staat dichter bij hem dan een werkgeversvereniging. Amper 15 jaar oud bracht zijn onderwijsvrijstelling hem in de wereld van bouwen en sjouwen en vooral dat laatste. Via een familierelatie kreeg zijn vroegtijdig beëindigde beroepsonderwijs een vervolg bij een klein bouwbedrijf. Al na enkele weken opperen werd dat beloond met een zatte kop en een maag die voor ons huis drie keer achtereen bruusk werd leeggegooid. Aanleiding voor die smerige braspartij was het traditionele begin van de bouwvakvakantie dat samenviel met de jaarlijkse kermis. Als jongste hulpje in de bouw was hij het slachtoffer geworden van platvloerse humor die indirect werd omgezet in een ontgroeningsfeest. Zijn nieuwe bouwmaatjes hadden hem willens en wetens volgestouwd met bier en frikadellen, iets dat hij moest bekopen met drie dagen vasten en misselijkheid. De ethische kwaliteit van de bouwdoop was ver te zoeken. Gelukkig waren de meeste rituele vernederingen en plagerijen van onschuldige aard, zoals het op pad sturen voor het plintladdertje, een zakje stootvoegen, vierkante gatenboor of een linkshandige schroevendraaier. Ik herinner mij echter ook activiteiten waarvan de esprit tegen het randje zat. Nog zie ik ‘Rooi Keeske’ hangend als Christus aan het kruis, op het dakbeschot vastgespijkerd, een zware regenbui trotserend. Of ‘Scheel Peerke’ die languit in de bagger rolde omdat de tijdelijke bouwplee waarop hij zat, werd omgeduwd. Mij hebben ze maar een keer ‘gefopt’. Het was hoog zomer en ik werd naar de drogist gestuurd voor een litertje ‘tisterniet’ olie. Ik had de grap meteen door maar ging wel op pad, uiteraard niet naar de drogist, maar naar huis om mijn zwembroek te halen. Mijn langdurige afwezigheid was reden voor lichte paniek en zorgzaamheid; waar had ik in godsnaam de hele middag uitgehangen? De uitleg was simpel: “De dorpsdrogist had het goedje uit het assortiment genomen omdat er weinig vraag naar was, een reden om de zoektocht te vervolgen in de grote stad.” Ook daar was alles uitverkocht.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels