artikel

Bouw moet meedoen aan sportzomer

bouwbreed

Het is een goede zaak als de bouw niet alleen naar sport kijkt, maar daar zelf ook aan meedoet, vindt Jan Warning. Uit onderzoek blijkt dat de bouw slechter scoort dan gemiddeld op het gebied van gezond bewegen.

Volgens de media beleven we nu een sportzomer. De resultaten van Oranje vielen tegen, maar over een paar dagen start de Tour de France en er wordt getennist op Wimbledon. Wie dan nog niet genoeg sport heeft gekeken kan zijn hart ophalen aan de Olympische Spelen. We kijken inderdaad graag náár sport, het beoefenen valt tegen. De bouwnijverheid is een weinig sportieve bedrijfstak. Er gelden twee normen voor lichaamsbeweging. Voor gezond bewegen geldt dat men minstens vier keer per week minimaal een half uur matig intensief beweegt zoals tuinieren, fietsen of wandelen. De norm voor fitheid is dat men drie keer per week twintig minuten sport, zodanig dat men bezweet raakt. Op beide ijkpunten scoort de bouw slechter dan de rest van werkend Nederland.

Iets minder dan de helft van de bouwplaatsberoepen voldoet aan de ‘gezond bewegen norm’ en dat is maar voor minder dan veertig procent van het uta-personeel het geval. Gemiddeld geldt dat voor 67 procent van de werkende bevolking. Als het gaat om de fitheidsnorm voldoet slechts 18 procent van zowel het bouwplaats- als uta-personeel aan de fitheidsnorm. Voor alle werknemers in Nederland is dat 27 procent.

Het is algemeen bekend dat fitte werknemers minder kans hebben op gezondheidsklachten als hart- en vaatziekten. Ook uit de Pago-gegevens die Arbouw verzamelt voor de bouwnijverheid blijkt duidelijk het verband tussen gezond bewegen en gezondheidsklachten. Gezien het belang om gezond het pensioen te halen, is het dus zaak om (meer) te gaan sporten.

De vraag is waarom mensen in de bouwnijverheid zo weinig bewegen. Hier is voor zover bekend geen onderzoek naar gedaan. De indruk bestaat dat de werknemers vinden dat ze al genoeg bewegen. Nu valt niet te ontkennen dat timmerlieden, schilders of metselaars van aanpakken weten. Maar het werk bestaat uit dezelfde handelingen die vaak weinig energetische belasting vergen. Het is dus belangrijk dat ook bouwvakkers meer aan lichaamsbeweging doen.

Hier ligt mogelijk een taak voor de werkgever. Het is niet ongebruikelijk dat bedrijven hun werknemers stimuleren om te gaan sporten. Volgens het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen organiseert één op de drie bedrijven sportactiviteiten. Dat kan een tegemoetkoming zijn in het fitnessabonnement, fitness op het werk, het stimuleren om naar het werk te fietsen of het organiseren van een sporttoernooi. Van de bouw is slechts een kwart van de bedrijven hier actief mee bezig. Dat kan te maken hebben met het grote aantal mkb-bedrijven in de bedrijfstak. Kleine ondernemingen zijn op dit gebied minder actief dan grote ondernemingen. Maar er zijn natuurlijk in de bouwnijverheid ook voorbeelden van bedrijven die wel een actief beleid voeren. Kortgeleden was ik bij Ter Steege Bouw. Deze bouwonderneming heeft de dag ‘Ter Steege in beweging’ georganiseerd. Op één dag waren werknemers bezig een halve marathon te lopen, tachtig kilometer aan het mountainbiken of negentig kilometer tourfietsen. En een groep wielrenners reed een paar honderd kilometer van Brussel naar het hoofdkantoor in Rijssen. Dit alles voor het goede doel. Uiteindelijk is ruim 40.000 euro opgehaald voor een zorgcentrum in Almelo en een instelling in Colombia.

Abonnement op sportschool

Johan Riezebos, algemeen directeur van Ter Steege, vertelt dat deze happening past in een langer durende ontwikkeling die begon met het gedeeltelijk bekostigen van het abonnement op de sportschool. Daarna namen werknemers het initiatief om de Alpe d’Huez met de fiets te beklimmen. Ter Steege streeft naar een sportieve bedrijfscultuur en doet bijvoorbeeld ook mee aan de Ronde van Overijssel. Riezebos: “Uit de Pago’s blijkt dat onze mensen fitter zijn dan gemiddeld in de bedrijfstak. De meerwaarde zit voor ons ook in het relatief lage ziekteverzuim. Daarnaast kweek je saamhorigheid. Het is niet meetbaar, maar dit teamgevoel betaalt zich volgens mij wel uit.”

Het is een goede zaak als de bouw niet alleen naar sport kijkt, maar daar zelf ook aan mee doet. Voor de gezondheid, het verzuim en de teamspirit. En het geeft de bedrijfstak een dynamisch imago op de arbeidsmarkt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels