artikel

Steek energie in Poolse bouwvakkers

bouwbreed

Zelden zal een beroepsgroep in de bouw zo veel voor de kiezen gekregen hebben als de Poolse bouwvakkers die ver van huis hun vak proberen uit te voeren om zo een paar centen te verdienen voor thuis. Als dank worden ze gestigmatiseerd. Maar er blijft een verschil in veiligheidscultuur, constateert Jos Schouten.

Het is al weer geruime tijd geleden dat Nederland te maken kreeg met de eerste generatie gastarbeiders, hun huisvesting en integratie in de samenleving. Terugkijkend naar de jaren zeventig van de vorige eeuw zien we dat de toenmalige eerste generatie volledig in de samenleving is ondergedompeld. Eigenlijk is dat normaal; Nederland is van oudsher een handelsnatie geweest met Amsterdam als bruisend middelpunt in de Gouden Eeuw.

Zo hebben ook wij onze sporen achtergelaten in de vroegere koloniën, ons stempel gedrukt op taal en culturen van deze gebieden en er ook nog flink aan verdiend.

Nee, neem dan nu de Europese eenwording, die leidt tot veel discussies en op de politieke waan van de dag een anti-Europa stemming terwijl we sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw in eendrachtige samenwerking begonnen met de Benelux en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het lijkt al weer zo lang geleden dat we geloofden in die Europese gedachte van verregaande samenwerking en versterking van elkaar!

De ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar hebben ons veel gebracht: van het afschaffen van grenscontroles tot de invoering van een Europese munt en, met inachtneming van de arbeidsbescherming, het mogelijk maken van arbeidsmigratie. En wat te denken van de CE-markering voor veilige producten binnen de Europese Unie.

Zo werd het dus mogelijk om in elkaars landen te werken; gelijke rechten te krijgen en gelijke betaling mogelijk te maken. Een goede stap voorwaarts want nu konden ‘goedkope’ vakkrachten de Nederlandse markt betreden en het tekort aan arbeidskrachten opvullen. Van landen die wel of niet dan wel met beperkingen werden toegestaan, met een keur aan EG-verklaringen en werkvergunningen.

En zo waren ze plotseling daar, die Poolse werknemers, die veelal in de bouwnijverheid werkzaam werden maar ook als zelfstandige hun heil zochten in het particuliere werk.

Harde werkers bovendien met een gezondheid die gemiddeld beter is dan die van Nederlandse werknemers. Ideaal dus om het gat in de instroom van nieuwe medewerkers in de bouwopleidingen op te vullen en te zorgen voor een continuïteit in de productiecapaciteit van de Nederlandse aannemers.

Jammer alleen van die taal. En de veiligheidscultuur was ook niet om over naar huis te schrijven. Lastig was het ook over veiligheid te communiceren en er voor te zorgen dat er begrepen werd wat er was bedoeld. Kennelijk konden ze ook niet tegen alcohol en hadden ze daar nooit genoeg van en waren ze altijd dronken als ze ’s avonds moe gewerkt in hun chalets thuiskwamen.

Daarom was het niet meer dan logisch om een meldpunt te beginnen tegen de Oost-Europeanen, het is immers makkelijker om anoniem te klagen dan om energie te steken in acceptatie, integratie en het daadwerkelijk aanpakken van de misstanden. Zo lijken we verworden tot een volk van klagers in plaats van aanpakkers die de schouders eronder zetten en gezamenlijk de problemen te lijf gaan.

Spraakverwarring

Blijft toch die af en toe Babylonische spraakverwarring en het verschil in veiligheidscultuur. Omdat we het bouwproces in stukken knippen en uitbesteden, voelen we ons niet zo verantwoordelijk voor dit probleem. De betrokken werknemers zijn onderaannemer in de zoveelste graad of zelfstandigen. Dat is jammer en houdt tegelijk de onveiligheid in het bouwproces in stand. Ik denk even terug aan een zaterdag in december 2008 toen mijn telefoon ging en een projectleider mij vroeg naar de bouwplaats te komen vanwege een dodelijk ongeval; ze konden wel wat ondersteuning gebruiken.

Op de bouwplaats bleek een jonge Poolse bouwvakker tijdens gevelsluiting van 30 meter hoogte uit het casco te zijn gevallen en hij had de val niet overleefd. Hij droeg geen harnasgordel en de leuningen waren ook al vooraf verwijderd. Zijn kansen om de werkzaamheden veilig af te ronden waren dus al sterk gekrompen. Naast falend toezicht was er vooral geen energie gestoken in de taal en het niveau van veiligheidsmaatregelen. De ploeg waarvan de jongen deel uitmaakte was regelmatig stil gezet om de veiligheid weer op te plussen voor zo lang het duurde. Het heeft niet geholpen. Een blijvende inspanning in het vergroten van de veiligheidscultuur en het opheffen van de taalbarrière had niet plaatsgevonden.

In mijn optiek ligt daar nu de uitdaging: steek energie in het opvoeden van deze mensen; breng ze naar een hoger niveau en stuur ze naar school om de taal te leren zodat de veiligheidscommunicatie ook een stuk eenvoudiger wordt en we van elkaar begrijpen wat we bedoelen en dat ‘ja’ ook écht ja wordt. Als we dit doortrekken naar de bouwketen kunnen we de zorg voor onze onderaannemers in hetzelfde licht plaatsen. Ook hier geldt vaak dat de veiligheidsbeleving onvoldoende is. Laten we ook hier onze verantwoordelijkheid nemen.

Al met al een mooie uitdaging voor de sector voor de komende tijd die, als het economische tij keert, weer alle vakkrachten kan gebruiken die er zijn.

Dus met bouwpolen en zonder tegenpolen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels