artikel

Kans op hervorming woningmarkt

bouwbreed

Kans op hervorming woningmarkt

Met het Lenteakkoord hebben de vijf partijen van de Kunduz-coalitie het kader voor 2013 vastgelegd. Voor de woningmarkt zijn de consequenties over het geheel genomen negatief en voor de nieuwbouwmarkt ronduit desastreus. Tegelijkertijd biedt het akkoord ook hoop, meent Jan Fokkema.

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft getoond bereid te zijn om de woningmarkt verregaand te hervormen en daarmee het eigen kortetermijnpolitieke belang ter zijde te schuiven. Ook maatschappelijke organisaties hebben getoond bereid te zijn om te bewegen. In de komende maanden moet die historische doorbraak benut worden om tot een hervormingspakket te komen dat de woningmarkt wél stimuleert. Daar ligt de uitdaging voor de politieke partijen en voor de maatschappelijke organisaties.

Structurele verlaging

Een belangrijk onderdeel uit het Lenteakkoord is structurele verlaging van de overdrachtsbelasting naar 2 procent. Voor de woningmarkt in z’n geheel is dat besluit pure winst. Dat vertaalt zich nog niet in hogere verkoopcijfers, maar op termijn bevordert dit wel degelijk de doorstroming – ook naar de huursector. Alle partijen moeten hier enorm tevreden over zijn.

Het belangrijkste onderdeel in het akkoord is de beperking van de renteaftrek voor nieuwe gevallen tot dertigjarige, annuïtaire hypotheken. Op den duur leidt dat tot een forse bezuiniging van ruim 5 miljard euro op de hypotheekrenteaftrek. Doordat dit alleen voor nieuwe gevallen geldt, zet dit een geweldige rem op de woningmarkt, de doorstroming en op de nieuwbouwproductie. Veel beter is het om ook oude gevallen hier onder te laten vallen en de verplichte aflossing te beperken tot 50 procent van de aankoopsom. De groep van oude gevallen moet dan wel de eerste jaren gecompenseerd worden. Dat kan door gedurende de eerste zeven jaar de extra aflossingen niet in mindering te brengen op de fiscale eigenwoningschuld. Daardoor kan deze groep tijdelijk gebruik blijven maken van de volledige aftrek, terwijl de werkelijk betaalde rente als gevolg van de aflossingen lager ligt. De gemiddelde Nederlander kennende, mogen we verwachten dat weinigen zich dit voordeeltje zullen ontzeggen.

Voor nieuwe koopstarters moet een vergelijkbare stimulans gelden in de vorm van belastingvrij woonsparen, waardoor zij gemakkelijker de koopmarkt kunnen betreden. Concreet: een regeling die startende kopers in staat stelt om in een periode van vijf jaar tijd tot 10 procent van de aankoopsom belastingvrij bijeen te sparen. Parallel daaraan kan de maximale ltv (loan-to-value) in vijf jaar tijd verlaagd worden van 106 procentnaar 100 procent.

Beide maatregelen kosten geld, maar daar staan voor het rijk op termijn fors hogere belastinginkomsten tegenover.

Het Lenteakkoord is voor de huurmarkt veel beperkter dan voor de koopmarkt. Dat is jammer, want de huurmarkt biedt juist de komende jaren grote kansen. Daarom moet nu gekozen worden voor een geleidelijke overgang naar een meer geliberaliseerd huurbeleid, waarbij de lage inkomens via de huurtoeslag gecompenseerd worden en waarbij de WOZ-waarde van de woning een veel belangrijkere rol gaat spelen bij het woningwaarderingssysteem. Een gematigde huurverhoging van 2 procent boven inflatie voor het gereguleerde deel van de huurmarkt in de komende jaren voorziet hier in.

Ten slotte, de nieuwbouw wordt door het Lenteakkoord dubbel geraakt, zowel door de btw-verhoging als door de waardedaling als gevolg van het beperken van de hypotheekrenteaftrek. We moeten echter de nieuwbouw nu juist stimuleren, omdat die een grote bijdrage kan leveren aan het economisch herstel.

Tijdelijke forse premie

Daarom bepleit ik een tijdelijke, forse premie op de nieuwbouw. Zelfs een premie van 25.000 euro op elke nieuwbouwwoning levert de staat nog steeds 25.000 aan extra btw-inkomsten op, die er anders niet zouden zijn. Zowel vanuit de te verwachten vraag naar woningen in de komende jaren als het bevorderen van een energiezuinige, duurzame woningvoorraad is het stimuleren van de nieuwbouw alleszins te verdedigen.

De komende maanden zijn beslissend voor de hervorming van de woningmarkt. Een breed gedragen compromis, met daarin een integrale aanpak van de woningmarkt, is onder handbereik gekomen. Politieke partijen en maatschappelijke organisaties moeten nu over hun tegenstellingen heen stappen en bereid zijn om tot een werkbaar en pragmatisch compromis te komen.

Jan Fokkema, Directeur Neprom

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels