artikel

Zelf woning bouwen kan zonder subsidie

bouwbreed

In Almere bouwen meer dan driehonderd huishoudens hun eigen woning en is er zelfs sprake van wachtlijsten. Iedereen, dus ook mensen met een inkomen met een bruto jaarinkomen van 20.000 euro tot 36.500 euro, moet een eigen woning kunnen bouwen. Om de impasse op de woningmarkt te doorbreken zou deze werkwijze op grote schaal moeten worden toegepast, vindt Adri Duivesteijn.

Bijna vijf jaar nadat de crisis inzette, verkeert de woningmarkt nog altijd in een impasse. Bouw- en ontwikkelingsbedrijven zijn gedecimeerd, zowel in aantal als in grootte. Corporaties zijn niet langer in staat sociale koopwoningen te bouwen. Banken zijn terughoudend bij het verstrekken van hypotheken, en het consumentenvertrouwen is tot het nulpunt gedaald.

Hoewel de problemen zich voornamelijk voordoen aan de aanbod-zijde, is het uiteindelijk de vragende partij – de kopers en huurders – die wordt gedupeerd. Met name de lagere inkomensgroepen zien hun kansen op geschikte woonruimte afnemen; de wachtlijsten voor een corporatiewoning worden langer en langer.

Alternatief

Maar er is wel degelijk een alternatief. In Almere hebben wij, samen met woningbouwcorporatie De Key en het Stimulering fonds Volkshuisvesting IkbouwbetaalbaarinAlmere – kortweg Ibba – geïntroduceerd; een regeling met een ideologische grondslag. De achterliggende gedachte is dat iedereen, dus ook de mensen met een bruto jaarinkomen van 20.000 euro tot 36.500 euro, een eigen woning moet kunnen bouwen. Zeker in een tijd die zich kenmerkt door emancipatie en participatie mag particulier opdrachtgeverschap niet zijn voorbehouden aan de hogere inkomensgroepen.

Hoewel Ibba een autonoom – want: vóór de crisis bedacht – concept is, blijkt het ook een antwoord op de vastzittende woningmarkt voor mensen met een inkomen tot modaal. Want waar betaalbaar bouwen door de corporaties stagneert, zien wij in de Almeerse Ibba-gebieden geen teruggang in de bouwproductie. Inmiddels bouw(d)en meer dan driehonderd huishoudens hier hun eigen woning, is er sprake van wachtlijsten en gaan er opnieuw bijna tweehonderd kavels in de verkoop.

In tegenstelling tot de corporaties waarvoor gereduceerde grondprijzen gelden, betalen de zelfbouwers een commerciële grondprijs en profiteren zij niet van schaalvoordelen. Toch bedragen de maximale stichtingskosten van een Ibba-woning ‘maar 185.000 euro. Van een onrendabele top – van zo’n 60.000 euro – is bij Ibba-bouwersgeen sprake. Rara, hoe kan dat? Duidelijk is in ieder geval dat het verschil in kosten zich niet vertaalt in de kwaliteit van de woning. In Almere zien we dat juist het omgekeerde het geval is: omdat zelfbouwers streven naar woonmaximalisatie, bouwen zij grotere en kwalitatief betere woningen.

Om de impasse op de woningmarkt te doorbreken, zouden we de werkwijze van Almere, De Key en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting op grote schaal moeten implementeren. Op deze manier kan overal in Nederland – zonder subsidie – betaalbaar worden gebouwd, kan scheefwonen worden tegengegaan en kan een natuurlijke diversiteit ontstaan, zoals we die kennen in de steden en wijken die ‘van onderop’ zijn ontstaan.

Massale omslag

Ons systeem laat zich gemakkelijk kopiëren. Dus waarom wachten? Het is tijd voor een massale omslag, waarbij betaalbare woningen primair door de mensen zélf kunnen worden gebouwd. Maar IkbouwbetaalbaarinAlmere roept ook een aantal fundamentele vragen op. Wat maakt onze volkshuisvesting zo duur? Hoe valt de hoge onrendabele top te verklaren? En waar wordt dat geld – het geld dat in Almere niet nodig is – dan aan besteed? Ik zie het als een belangrijke opdracht voor de tijdelijke commissie huizenprijzen, die is belast met het onderzoek kostenontwikkeling en prijsvorming op de huizenmarkt, om deze vragen te beantwoorden.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels