artikel

Houtskoolschets nog veel te voorzichtig

bouwbreed

De houtskoolschets van het Bouwteam van minister Spies is volgens Lex de Boer nog veel te voorzichtig. Een serieuze energiesprong van de gebouwde omgeving zou wel eens een belangrijke motor voor investeringen en sectorvernieuwing kunnen blijken.

De houtskoolschets somt belangrijke ingrediënten op: zoeken en creëren van nieuwe vraag, transformatie van de voorraad, verbeteren en garanderen van eindprestaties en versterken van de samenhang in de bouwkolom, die nodig is om die prestaties te kunnen leveren en garanties te kunnen geven. Maar er zijn echte keuzes nodig om werkelijke investeringsruimte te creëren!

Er is een latente markt voor energieneutrale woningen en gebouwen, die de sector onvoldoende weet te verzilveren met passend aanbod met prestatiegarantie én goede marketing. Om dit marktpotentieel te helpen ontsluiten, ontbreken drie missing links in de houtskoolschets:

1. Zet de energierekening in als motor om de sector economisch aan te zwengelen. Steeds meer bouwbedrijven zien en creëren kansen in energieneutrale gebouwen. Dus geen verbeteringen met één of twee labelstapjes, nee, gebouwen zonder energierekening. Als de woning- of gebouweigenaar het geld voor enkele jaren energierekening in één keer tot zijn beschikking krijgt, dan kan er worden geïnvesteerd in energieneutrale verduurzaming. Dit geldt voor zowel de woning- als de utiliteitsbouw. Wanneer de energierekening onderdeel wordt van de huur ontstaat een ongekend investeringspotentieel voor de corporaties. Een gemiddeld huishouden in een bestaande woning, betaalt de komende vijftien jaar zo’n 60.000 euro aan energielasten! Een bedrag waarmee de koplopers in de bouw een woning nu al in één keer energieneutraal kunnen maken.

2. Serieuze prestatiesturing prikkelt zowel de vraag- als de aanbodzijde van de markt. Als opdrachtgevers kwaliteits- cq. prestatie-eisen (in plaats van een bestek) formuleren, gaat de aanbodzijde van de markt zich anders ontwikkelen. Die aanbodzijde weet dan precies wat vereist is en kan tot productinnovatie komen om aan de eis te voldoen. Hoge energieambities zijn helder te formuleren en nopen de markt tot nieuwe samenwerkingsvormen (voorbij ketenintegratie) die leiden tot ontwikkeling van repeteerbare, conceptuele oplossingen. Die nieuwe samenwerkingsvormen maken energieambities betaalbaar en effectief. De vraagzijde van de markt laat de expertise van het ontwerpen en bouwen bij de aanbieders en rekent af op prestaties en niet op de laagste prijs. Eindgebruikers, zoals huurders, weten dan ook vooraf welke integrale woonlasten ze kunnen verwachten. Om zo’n systeem echt te laten werken zou de bouwsector ook bereid moeten zijn die prestaties aan de klant met elkaar meerjarig te garanderen, zoals de ANVR dat doet in de reissector.

3. Het denken in ‘woonlasten’ of ‘werkruimtelasten’. Op dit moment kijken particulieren, eigenaren, huurders maar ook banken alleen naar de hoogte van hypotheek of huur. Onverstandig, want de kosten voor energie zijn niet stabiel. Om een realistisch beeld te krijgen van maandelijkse lasten, is het denken in totale woonlasten, hypotheek- en huurkosten plus energiekosten, nodig. Banken en taxateurs beginnen voorzichtig, maar niet onverstandig (!), op een andere manier naar ‘waarde’ te kijken; waardedaling van onduurzaam onderpand is inmiddels geen onrealistisch scenario meer. Een hogere hypotheek voor een energieneutrale woning is, zo becijferde het Nibud recent, verantwoord voor de consument. In dat perspectief zouden corporaties ook ruimte moeten krijgen om bij een toegezegde energienotaloze huurwoning, hun investeringsgeld terug te winnen met een huurverhoging ter hoogte van de huidige energierekening. Dat is niet onredelijk voor huurders, omdat ze vooral in de toekomst aanzienlijk minder geld kwijt zijn aan hun energierekening.

Deze drie ingrepen leveren op korte termijn innovatie, omzet en werkgelegenheid op voor de bouwsector, maken ons een stuk minder afhankelijk van het buitenland voor onze energievoorziening, houden woon- en werkplekken betaalbaar en verzilveren de duurzaamheidspotentie van de gebouwde omgeving voor de komende generaties.

Lex de Boer

Directeur SEV, Energiesprong

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels