artikel

Constructeur maakt project haalbaar

bouwbreed

Zelfs nu iedere euro telt, worden er nog gebouwen ontworpen met een nodeloos complexe en dús te dure constructie. De totale bouwkosten zijn daardoor al snel procenten hoger dan nodig. Juist nu kunnen constructeurs dus hun toegevoegde waarde bewijzen, vinden Pim Peters en Remko Wiltjer.

In 2009 schreven we in deze krant het artikel ‘Slimme constructie kan bouwproject uit ijskast halen’. De strekking was dat een slimme constructie projecten haalbaar kan maken. Normaal zit namelijk ongeveer een kwart van de bouwkosten in de draagstructuur. Een uitgekiende constructie bespaart daarop al snel 20 tot 30 procent. Maar het komt ook voor dat de helft of meer kan worden bespaard ten opzichte van een niet-slimme constructie.

Een complexe, dure constructie voegt niets toe: die is niet veiliger en maakt het gebouw ook niet mooier of beter, alleen maar duurder dan nodig. Je zou dus verwachten dat ze juist nú niet meer worden ontworpen. In de praktijk blijkt dat toch het geval te zijn. Bij second opinions zien we bijna dagelijks dat met relatief eenvoudige aanpassingen vaak grote bedragen kunnen worden bespaard. Een kolom wel of niet plaatsen kan zo een paar honderdduizend euro schelen.

Gelukkig laten steeds meer opdrachtgevers zo’n second opinion uitvoeren. Bouwbedrijven doen hetzelfde om met een eigen, goedkoper alternatief aanbestedingen te kunnen winnen. En als daardoor uiteindelijk een plan wél gerealiseerd kan worden, of als die betreffende bouwer daardoor inderdáád de opdracht krijgt, is dat natuurlijk goed nieuws. Of dat ook voor het constructeursvak geldt, is echter de vraag. Voor de buitenwacht lijkt het namelijk alsof ze hun vak niet verstaan.

Wezenlijk

Optimalisatie is een wezenlijk onderdeel van het werk van de constructeur. Een gebouw moet overeind blijven en het moet natuurlijk veilig zijn. Maar de echte ‘constructieve’ waarde is het vermogen om een ontwerp in de brede zin van het woord beter te maken. Dat geldt voor vormgeving, techniek, uitvoering, kosten, planning en al die andere aspecten. Net als een goede voetballer zorgt de constructeur ervoor dat zijn ‘teamgenoten’ beter presteren, en daarmee het team als geheel.

Om het ontwerp daadwerkelijk te kunnen optimaliseren, moet een constructeur behalve een technische vakman ook een diplomaat zijn. Alleen dan lukt het om in een vaak langdurig proces met een groot aantal partijen en evenzoveel belangen het roer recht te houden. Vaak lukt dat niet. Een compromis hier, een gulden middenweg daar en enkele maanden later ligt er een suboptimaal ontwerp. Ook een technisch heel goed constructeur kan gaandeweg het onderspit delven.

Kwaliteitssystemen stellen vooral de bewaking van het proces centraal. Ook zijn er over het algemeen voldoende mechanismen om de kwaliteit van berekeningen en tekeningen te garanderen. Maar dat soort mechanismen moeten er ook zijn voor creativiteit, voor optimalisatie, kortom voor de essentie van het constructief ontwerp. Op cruciale momenten moeten constructeurs de inhoudelijke kwaliteit van het ontwerp laten toetsen.

Is een bureau groot genoeg, dan kan dat intern; anders kan het extern, met collega-bureaus. Juist ‘ogen’ die niet belast zijn met de ontstaansgeschiedenis van een ontwerp, zijn in staat om frank en vrij naar de logica van een draagconstructie te kijken. Zo’n second-opinionconstructeur heeft geen last van de meningsverschillen, de stokpaardjes en gevoeligheden van alle betrokkenen, die overigens soms zelf niet eens meer weten waarom voor die complexe oplossing is gekozen.

Hulpmiddel

De constructeur is dé partij in het ontwerp- en bouwproces die het ontwerp financieel haalbaar kan maken. Second opinons zijn daarvoor een belangrijk hulpmiddel. Juist in deze tijd is het zaak om die kerntaak meer dan ooit serieus te nemen en zo de waarde van het vak beter over het voetlicht te brengen.

De auteurs zijn constructief ontwerper en directeur-eigenaar van IMd Raadgevende Ingenieurs (Rotterdam).

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels