artikel

Verhoging leges onbegrijpelijk

bouwbreed

De gehele bouwsector staat onder druk en probeert tegen lagere kosten te leveren. Gemeenten hebben de leges echter verhoogd. Jan Fokkema vindt dat een verkeerd signaal, zowel aan de markt als aan de burger.

Amsterdam en Rotterdam hebben een nieuw antwoord gevonden op het te lijf gaan van de crisis op de bouwmarkt: de vergunningaanvragen lopen terug, dus we verhogen de prijs van vergunningen. In beide steden zijn met ingang van het nieuwe jaar de leges voor de afhandeling van een omgevingsvergunning drastisch verhoogd.

Konden ontwikkelaars dat maar doen. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

De woningmarkt staat onder druk, de prijzen van bestaande woningen dalen en dus moet de nieuwbouw ook mee. Bovendien waren de prijzen daar al hoger door de hoge kwalitatieve eisen, waaronder de scherpe energieprestatie. Dus in deze competitieve markt gaat het helemaal van au. Marges staan bij ontwikkelaars sterk onder druk; je mag blij zijn als je je algemene kosten terugverdient. Bouwbedrijven zetten alles op alles om tegen lagere kosten te kunnen leveren. Ketenintegratie en het op de markt brengen van uitgekiende woningconcepten moeten een verdere reductie van de faalkosten opleveren. Ook architecten en andere adviseurs staan onder druk. Zowel bij ontwikkelaars als architecten zijn de personeelsbestanden inmiddels zo’n beetje gehalveerd, en ook bij bouwers neemt het aantal faillissementen verder toe. Iedereen levert in.

Tegengestelde beweging

Nu zou je bij gemeenten een soortgelijke beweging verwachten. Terugdringen van proceskosten door flink te snijden in de ontwikkelingsbedrijven, teneinde de grondkosten te reduceren. En naar een manier zoeken om de vergunningen goedkoper en sneller te verlenen. Want je mag toch verwachten dat ook gemeenten niets liever zien dan werkende bouwkranen? Maar Amsterdam en Rotterdam hebben juist voor de tegengestelde beweging gekozen. Onbegrijpelijk. In het geval van Rotterdam betekent het dat vorig jaar voor een bouwwerk boven de 50 miljoen euro nog 765 duizend euro aan leges werd geheven, terwijl met ingang van dit jaar 1,35 miljoen moet worden betaald. Een verhoging van bijna 75 procent. Amsterdam doet het minder slecht, daar blijft de prijsstijging in bepaalde gevallen beperkt tot 71 procent. Wethouder Maarten van Poelgeest vergoelijkt de verhoging met de opmerking dat leges ‘slechts’ 1,5 procent van de totale stichtingskosten bedragen. Oftewel: bijna de helft van wat de ontwikkelaar kwijt is aan kosten om het totale project te ontwikkelen. Dat lijkt me een wel erg scheve verhouding.

Het zal duidelijk zijn dat dergelijke extreme verhogingen totaal verkeerde signalen zijn. Wellicht zijn ze terug te voeren op de standaard van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), zoals Amsterdam ter verontschuldiging aanvoert, maar daarmee zijn ze niet minder onverkoopbaar. En trouwens: sinds wanneer laat Amsterdam zich eigenlijk iets gelegen liggen aan de VNG?

Ik vraag me ook af hoe deze verhogingen in het licht van de Gemeentewet beoordeeld dienen te worden. De tarieven mogen volgens de Gemeentewet slechts kostendekkend zijn. Ik kan me niet voorstellen dat die kosten zo sterk zijn gestegen, behalve als al die ambtenaren die sinds het uitbreken van de crisis niet meer nodig zijn voor het verlenen van een vergunning, toch ten laste blijven komen van de leges, maar dat lijkt mij principieel onjuist.

Oplossingen

Ontwikkelaars zijn graag bereid om samen met gemeenten te bekijken waar kosten in de vergunningverlening kunnen worden bespaard. Wellicht kunnen bepaalde werkzaamheden worden uitbesteed of door ontwikkelaars zelf worden gedaan. Eenzijdig verhogen van leges is een verkeerd signaal aan de markt en aan de burger.

Wij roepen gemeenten op om samen met ons een constructieve weg te bewandelen en de schouders eronder te zetten om de prijzen voor de nieuwbouw verder naar beneden te krijgen. Ook door het verlagen van de leges en andere plankosten.

directeur Neprom

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels