artikel

Maak vooraf afspraken over BIM-ontwerp

bouwbreed Premium

Op de keper beschouwd heeft bimmen geen auteursrechtelijke gevolgen die niet in te bedden zijn in de huidige regelgeving. Jacob Henriquez pleit wel voor heldere contractuele afspraken vooraf. Dat voorkomt discussie achteraf.

Onlangs bevatte deze krant een ‘BIM-bijlage’, waarin bouw- en vastgoedpartijen die met het Bouw Informatie Model werken hun ervaringen deelden en vertelden over de kansen en mogelijke risico’s. Een van de stellingen die mij bij bleef is dat BIM de motor is om samen te werken. Juist deze samenwerking maakt dat BIM meer efficiëntie in het ontwerp- en bouwproces tot gevolg zou moeten hebben alsmede tot een reductie van faalkosten zou moeten leiden. De samenwerking waarmee een ontwerp in BIM tot stand wordt gebracht, roept vragen op ten aanzien van de auteursrechten. Immers, als partijen gezamenlijk een ontwerp tot stand brengen, wie geldt dan als auteursrechthebbende?

Vergoeding

Omdat auteursrechten overdraagbare vermogensrechten zijn, rijst tevens de vraag of de maker van het ontwerp van de overige bouwpartners een vergoeding mag vragen voor het gebruik van zijn BIM-ontwerp. Een auteursrecht is namelijk een uitsluitend recht dat alleen de maker toekomt. Anderen hebben voor het gebruik en verveelvoudiging van het ontwerp de toestemming van de maker nodig, waarvoor de maker in de praktijk een vergoeding kan vragen. Voordat ik tot beantwoording van deze vragen over ga, is het van belang om te weten dat het auteursrecht door de loutere scheppingsdaad ontstaat. Wanneer wij het dus over een ontwerp hebben, dan betekent dit dat zodra het ontwerp tot stand komt en er is sprake van een voldoende oorspronkelijk werk, er een auteursrecht van de maker op rust. Wanneer partijen gaan bimmen dan zijn de volgende scenario’s denkbaar.

Scenario 1:

Op het moment dat een auteursrechtelijk beschermd ontwerp van A, door B wordt uitgewerkt onder toezicht en leiding van A of wanneer B aan de hand van het ontwerp van A en onder diens leiding en toezicht berekeningen voor een nader ontwerp maakt, dan blijft het auteursrecht bij A (artikel 6 Auteurswet).

Scenario 2:

Het is eveneens denkbaar dat er sprake is van een auteursrechtelijk beschermd ontwerp van A, dat bouwpartner B verder wordt uitgewerkt tot een definitief ontwerp, zonder dat dit plaatsvindt onder leiding en toezicht van A. Voor zodanig gebruik van het ontwerp heeft B de toestemming van A nodig. De verdere uitwerking is namelijk te beschouwen als een bewerking van het ontwerp van A (artikel 13 Auteurswet).

Bouwpartner B kan door de bewerking van het ontwerp van A zelf ook een voldoende oorspronkelijk ontwerp tot stand brengen. Op de bewerking door B rust dan een dubbel auteursrecht, te weten van A én van B. Voor zover B beschermde trekken van het ontwerp van A heeft overgenomen, is er sprake van inbreuk.

Scenario 3:

Tot slot is het mogelijk dat alle betrokken bouwpartners simultaan werken aan de totstandkoming van één gezamenlijk BIM-ontwerp. Wie is dan de auteursrechthebbende? In die situatie zijn er twee mogelijkheden. Indien de bijdragen van de verschillende bouwpartners van elkaar te onderscheiden zijn, dan ontstaat er een combinatie van werken. Iedere bouwpartner is dan op zijn onderdeel van het ontwerp auteursrechthebbende (mits er sprake is van een voldoende oorspronkelijk werk). Wanneer het niet mogelijk is om te bepalen welke bouwpartner welke bijdrage heeft geleverd, dan is er sprake van één gemeenschappelijk werk. De betrokken bouwpartners hebben in dat geval gezamenlijk het auteursrecht op het ontwerp. De uitoefening van het exploitatierecht behoeft in dat geval ook de instemming van alle betrokken bouwpartners.

Hoe is het resultaat van de samenwerking in BIM te kwalificeren? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Partijen zullen allereerst moeten nagaan of er überhaupt sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk. Vervolgens komt de samenwerkingsvorm in beeld (zijn de bijdragen wel of niet scheidbaar). Aan de hand daarvan kan worden bepaald of een gemeenschappelijk werk of een combinatie van werken is ontstaan.

Daarmee kan vervolgens worden vastgesteld aan wie het auteursrecht toekomt.

Het bimmen heeft op de keper beschouwd geen auteursrechtelijke gevolgen die niet in te bedden zijn in de huidige regelgeving. Bouwpartners dienen zich er wel bewust van te zijn dat heldere contractuele afspraken vooraf, discussies achteraf zullen voorkomen.

Reageer op dit artikel