artikel

Juridisch Blijven vragen om duidelijkheid

bouwbreed Premium

Bij aanbestedingen is een inschrijver verplicht om een proactieve houding te tonen bij onduidelijkheid en onvolkomenheden in de aanbestedingsstukken. Je mag echter niet zomaar ingrijpen met een eigen interpretatie c.q. correctie van de fout. Dit kan de eigen rechtspositie schaden.

In een recente uitspraak van de rechtbank Groningen (12 oktober 2012, LJN:BY3312) stelde de aanbestedende dienst bij voorbaat dat een prijs van nul euro niet geacht kon worden reëel en transparant te zijn. Daarnaast mocht niet met ‘symbolische prijzen’ worden ingeschreven. Een inschrijver stelde hierover een vraag tijdens de inlichtingenronde aangezien hij desbetreffende posten namelijk gratis kon aanbieden en dit ook aannemelijk kon maken. Op deze vraag volgde een weinig verhelderend antwoord en vervolgens schreef de inschrijver zich in met 0,01 euro, in plaats van de niet toegestane nul euro. De aanbestedende dienst liet vervolgens weten dat hij de inschrijving uitsloot omdat de inschrijver met symbolische prijzen had ingeschreven.

De inschrijver ging naar de rechtbank en klaagde over de uitsluiting. De rechtbank oordeelde ten eerste over de vraag of de aanbestedende dienst een succesvol beroep kon doen op het Grossmann-verweer. Deze vraag werd bevestigend beantwoord. De inschrijver had namelijk vóór de inschrijving geen aanvullende vragen gesteld, geen nadere bezwaren gemaakt, geen kort geding aangespannen en geen voorbehouden of inschrijving onder protest ingediend. De inschrijver kon dus niet meer klagen over het onvoldoende duidelijk zijn van de betekenis van de ‘symbolische prijs’.

Ten tweede boog de rechtbank zich over de vraag of de inschrijving symbolisch was. De inschrijver had bepleit dat de diensten nul euro kosten, maar dat ze op straffe van uitsluiting had gekozen voor de laagst mogelijke prijs boven nul. Dat was voor de rechtbank een duidelijke aanwijzing dat het hier gaat om een symbolische inschrijving die dus verboden is. De uitsluiting was terecht. Wat had de inschrijver dan moeten doen? Een inschrijving van nul euro zou immers tot uitsluiting leiden op basis van het ‘nul euro’ verbod. Een inschrijving van 0,01 euro leidt tot uitsluiting op basis van het verbod om een symbolische inschrijving te doen. In dit geval had de inschrijver vóór de inschrijving moeten blijven vragen om duidelijkheid zodat handhaving van het verbod op ‘symbolische prijzen’ voor risico van de aanbestedende dienst zou zijn gekomen en niet, in dit geval, voor risico van de inschrijver. Wie dus blijft vragen, wordt niet overgeslagen.

Martha.Pasterkamp@simmons-simmons.com

Reageer op dit artikel