artikel

Solidariteitspremie voor elke huiseigenaar

bouwbreed

Het is in ieders belang dat de woningmarkt op korte termijn in beweging komt. Het is daarom noodzakelijk om vooral starters financieel te stimuleren een woning te kopen. Creativiteit en buiten de gebaande paden denken is daarbij volgens René Benoist essentieel. Zo zou er bijvoorbeeld al een jaarlijks stimuleringsbudget van 50 miljoen euro ontstaan wanneer elke huiseigenaar hier maandelijks 1 euro aan bijdraagt.

We zien bij Slokker Vastgoed dagelijks de gevolgen van een vastzittende woningmarkt. Doorstromers naar nieuwbouwwoningen haken vaak af omdat zij hun woning niet verkocht krijgen. Het ontbreekt aan voldoende starters die de woningmarkt in beweging moeten brengen. Maar starters kopen niet omdat zij of geen of te weinig hypotheek kunnen krijgen. Maatregelen om hen te helpen met startersleningen en starterspremies kosten geld. Toch zijn er voldoende mogelijkheden om geld beschikbaar te maken zonder dat de overheid hiervoor een beroep op de staatskas hoeft te doen. Waar het om gaat is creatief denken en geld binnen de woningsector zelf verzamelen om het weer strategisch in de sector te investeren. Met andere woorden, we moeten circulaire maatregelen creëren.

Belang

Als eerste denk ik daarbij aan een collectieve solidariteitspremie. Iedere huiseigenaar heeft er belang bij dat de woningmarkt niet helemaal instort en mag daarom op solidariteit worden aangesproken. Elke maand een bijdrage van een euro door alle huiseigenaren, creëert een jaarlijks budget van circa 50 miljoen euro. Een hele kleine tijdelijke bijdrage is draagbaar en levert stimuleringsbudget. Maar ook de twee procent extra btw-inkomsten op nieuwbouw, moet naar de woningmarkt terugvloeien. De overdrachtsbelasting is eveneens een instrument om extra inkomsten voor een stimuleringsbudget te generen. De verlaging van de overdrachtsbelasting in juli 2011 van zes naar twee procent heeft geen zichtbaar effect op de woningmarkt gehad. Maar daarmee heeft het Rijk wel één miljard euro weggegeven. En nu is door de commissie Van Dijkhuizen in het belastinghervormingsplan voorgesteld om de overdrachtsbelasting helemaal op nul te zetten. Wederom geeft de overheid daar dus zo maar een half miljard euro weg. Geld dat beter kan worden ingezet om starters te helpen. Zelfs van een kleine verhoging van de overdrachtsbelasting zal de woningmarkt niets merken, maar het betekent wel nog meer financiële armslag voor het stimuleringsbudget.Om ook de huurwoningenmarkt in beweging te brengen moeten zogenoemde ‘scheefwoners’ met een fiscale heffing geprikkeld worden om een woning te kopen. Zij houden ten onrechte een sociale huurwoning bezet en ook de opbrengsten van deze heffing worden ingezet om de woningmarkt te stimuleren. Scheefwoners met evengoed bescheiden inkomens kunnen weer gebruik maken van starterspremies of startersleningen om te kopen. En dan blijft nog over de voorgenomen besparingen op de hypotheekrenteaftrek. Deze besparingen ‘oormerken’ we om stimuleringsmaatregelen te financieren. Vervolgens is het een politieke keuze op welke wijze het hypotheekstelsel – hopelijk geleidelijk en evenwichtig – wordt hervormd. Vanuit de woningmarkt is van actueel en groot belang, dat het steeds verder inperken van leencapaciteit en hypotheekverstrekking wordt omgebogen.

Financiële ruimte

Door geld, dat in de woningmarkt wordt gegenereerd weer in diezelfde woningmarkt te investeren, ontstaat ook financiële ruimte om de Nationale Hypotheek Garantie uit te breiden. Hierdoor verloopt enerzijds hypotheekverstrekking aan doorstromers soepeler. Anderzijds maakt dit de woningmarkt minder risicovol voor nieuwe toetreders zoals bijvoorbeeld pensioenfondsen. Kortom, wanneer we op een creatieve manier naar de financiering van stimuleringsmaatregelen kijken is er op korte termijn veel mogelijk. En het kost de overheid nauwelijks geld.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels