artikel

Kleinschalige ontwikkeling op maat

bouwbreed Premium

De strategische agenda van de stedelijke ontwikkeling bestaat volgens drie bestuursleden van het netwerk Directeuren Stedelijke Ontwikkeling uit vier uitdagingen. In het tweede deel van dit drieluik aandacht voor kleinschalige ontwikkelingen en initiatieven, van sloop naar nieuwbouw en duurzaamheid als kans.

De stedelijke ontwikkeling in Nederland heeft zich de afgelopen vijftig jaar gekenmerkt door een sterk programmatische en planmatige aanpak. Dit geldt voor zowel de nieuwe steden, de uitbreiding van steden en dorpen, als ook voor de stedelijke vernieuwing. Tegenover deze blauwdrukplanologie moet een meer organisch, continu proces komen. Geen plannen van achter een bureau, geen eindbeelden, maar een proces dat meeademt met het tempo van de veranderingen in de stad. Een ontwikkelingsproces dat nadrukkelijk oog heeft voor tijdelijke oplossingen. Dat niet werkt vanuit een standaard, maar vanuit een op maat gesneden profiel, vanuit lokale kracht en kenmerken. Een ontwikkeling die meer werkt vanuit improvisatie, minder regels oplegt en bouwt op een zorgvuldige samenwerking. Een verzameling aan kleinschalige ontwikkelingen en initiatieven. Minder eenheidworst en een sterkere koppeling tussen de ruimtelijke en sociaal-economische vraagstukken. Met minder regels, meer ruimte, maar ook scherpere keuzes.

Deze verschuiving is op veel plekken al zichtbaar. Vaak noodgedwongen kiezen ontwikkelaars en corporaties voor een meer gefaseerde en situationelere aanpak van de sloop-nieuwbouw. In kleinere brokken die passen bij het tempo dat de markt aankan en waar nog tot zo laat mogelijk de definitieve beslissing voor wie en hoe wordt gebouwd kan worden ingevuld. Maar ook met meer flexibiliteit na oplevering. Ruimte voor wensen is hier het sleutelwoord.

Uitbreiden, sloop en nieuwbouw, dat waren de afgelopen decennia de drie centrale begrippen binnen de stedelijke ontwikkeling in Nederland. Een wijze van werken die gebaseerd is op groei; groei van de bevolking, van de welvaart, van de ambities. Maar ook een werkwijze die paste bij de tijdgeest. Een tijdgeest die pleitte voor sloop en nieuwbouw, ook al was de bouwkundige noodzaak hiervoor lang niet altijd aanwezig.

Met name bij corporaties is een duidelijke verschuiving zichtbaar naar een strategie die meer is gericht op behoud. Op (sociaal) beheer en doorexploiteren. Ook wordt er nadrukkelijker naar de markt gekeken en wordt getracht met bestaand vastgoed nieuwe doelgroepen te binden.

Zorgvuldigheid

Deze werkwijze heeft ook veel meer oog voor de cultuur en het karakter van de stad. Zorgvuldigheid in plaats van grootse gebaren. Kernwoorden zijn hier: de menselijke maat en cultuurhistorie. Deze trend is ook steeds duidelijker gekoppeld aan de herwaardering van de naoorlogse bouwkunst.

Energie en duurzaamheid dragen in steeds grotere mate bij aan de betaalbaarheid en het waardebehoud van woningen en bedrijfspanden en daarmee aan de kwaliteit van steden. Ruimtelijke investeringen in energiebesparing en -opwekking in de bestaande woningvoorraad kennen bovendien een relatief hoog rendement in relatie tot de woonlasten en de waardeontwikkeling van woningen. Ruimtelijke investeringen in duurzaamheid zijn alleen daarom al een belangrijke en onmisbaar element in de stedelijke ontwikkeling van de toekomst. Een investering voor nu en voor de toekomstige generaties.

Energieneutraal bouwen is haalbaar; bestaande gebouwen zo renoveren dat ze energieneutraal zijn of worden is een grote uitdaging. In Wonen 4.0 wordt opgeroepen om niet-vrijblijvende afspraken te maken over de kwaliteit van woningen, de energiezuinigheid en de verduurzaming van de energieproductie.

De stad kan haar eigen energieleverancier worden. Maar een leefbare, duurzame stad vraagt naast investeringen in de gebouwde omgeving ook om investeringen in groen en water. Niemand wil een energieneutrale woning als die staat in een stad die alleen in stenen heeft geïnvesteerd.

Reageer op dit artikel