artikel

De Verleiding

bouwbreed

‘Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar’. Deze vermanende woorden, opgetekend in een ver verleden door een volgeling van een excentrieke zonderling, doorspoelde samen met een slok wijn mijn geweten, nadat ik even daarvoor enorm had gesmuld van de theatervoorstelling ‘De verleiders’. Terwijl ik met een spiedend oog de schouwburgfoyer […]

‘Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar’. Deze vermanende woorden, opgetekend in een ver verleden door een volgeling van een excentrieke zonderling, doorspoelde samen met een slok wijn mijn geweten, nadat ik even daarvoor enorm had gesmuld van de theatervoorstelling ‘De verleiders’. Terwijl ik met een spiedend oog de schouwburgfoyer afzocht naar zakelijke vastgoedvriendjes, die undercover op ‘bijscholing’ waren, raakte mijn besef van goed en kwaad aardig in verwarring door de wijze waarop ‘ondeugendheid’ was gerelativeerd en slimheid als een noodlottig fenomeen maatschappelijk werd afgestraft. Nou was dat laatste voor mij niet onbekend, een reden om geen medelijden te hebben met dommeriken en ezelachtige losers. Zelden ben ik door een magistraal gespeelde nabootsing van een gebeurtenis zo van het padje geraakt en beïnvloed dat ik zelfs sympathie kreeg voor de daden van ome Nico en zijn klimopkornuiten. Mochten er nog twijfelaars zijn over het briljante brein achter ‘Radio Bergeijk’, dan raad ik deze sceptici aan om zelf maar eens naar ‘de casanova’s van de vastgoedfraude’ te gaan kijken, want het zelfde brein stelde de moraal van stenen schuivend Nederland op sublieme wijze aan de kaak. Terwijl ik al walsend de aroma’s uit de roemer liet ontsnappen vroeg ik me af wat het ethisch verschil is, dan wel overeenkomst tussen een sjoemelende minister-president die een verkiezingsbelofte aan zijn laars lapt en een slimme verleiding bij een transactie van een stapel gebakken klei waar privé wat van aan de strijkstok blijft hangen. Het spirituele vocht bracht mijn geheugen naar een ontwikkelingsproject in Afrika waarvoor ik mijn nek had uitgestoken en waar niets van terecht was gekomen door gezwendel van iedereen die erbij was betrokken. Het oordeel over menselijke handelingen en gedragingen als correct, wenselijk of immoreel, staat altijd in relatie tot traditie, omgeving en tijdsgeest. Goed en kwaad zouden universele begrippen moeten zijn en tot de natuurwetten moeten behoren maar dat doen ze niet, in ieder geval niet binnen onze samenleving. Terwijl ik mijn jas uit de garderobe plukte kreeg ik spontaan antwoord op mijn eigen moralistisch dilemma: de mens is als diersoort te ver doorgeschoten en op weg naar zijn eigen einde.

Harry Verhoeven

Studio Eyckehorst

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels