artikel

De paniek die asbest heet

bouwbreed

De afgelopen drie maanden was ik ondergedompeld in de Utrechtse asbestzaak. Vanuit communicatieoogpunt is die namelijk buitengewoon interessant – daar móést ik dus gewoon een boek over schrijven. Al snel na de evacuatie van ongeveer driehonderd inwoners van de wijk Kanaleneiland bleek dat de aangetroffen hoeveelheid asbest een verwaarloosbare bijdrage levert aan de hoeveelheid die […]

De afgelopen drie maanden was ik ondergedompeld in de Utrechtse asbestzaak. Vanuit communicatieoogpunt is die namelijk buitengewoon interessant – daar móést ik dus gewoon een boek over schrijven.

Al snel na de evacuatie van ongeveer driehonderd inwoners van de wijk Kanaleneiland bleek dat de aangetroffen hoeveelheid asbest een verwaarloosbare bijdrage levert aan de hoeveelheid die iedere Nederlander sowieso binnenkrijgt. Deze zogenoemde achtergrondconcentratie bedraagt 20 tot 30 vezels per kubieke meter. In de jaren tachtig lag dat veel hoger: in stedelijk gebied tussen de 1000 en 16.000, oplopend tot 80.000 of meer bij drukke wegen en tunnels – met dank aan de asbestremvoeringen die auto’s toen nog hadden.

Volgens de huidige norm is bij een levenslange blootstelling tot 1000 vezelequivalenten per kubieke meter sprake van een verwaarloosbaar risico, vanaf 10.000 kan een evacuatie worden overwogen en de maximaal toelaatbare risicowaarde (mtr) is 100.000. De concentratie in de zwaarst besmette woning in Kanaleneiland was 4500, de blootstelling volgens de officiële verklaring slechts een paar dagen.

Dat er toch zo zwaar werd ingegrepen komt onder meer omdat er weinig feitelijke informatie over asbest is. Concentraties worden nooit bekendgemaakt, laat staan dat die worden geduid. Tel daarbij op de afschrikwekkende symbolen waarmee asbestverwijdering gepaard gaat – mannen in beschermende kleding met maskers, doodshoofden als waarschuwingssymbool – en het is duidelijk waarom alleen al het woord ‘asbest’ (ook bij autoriteiten) voor lichte paniek zorgt.

Toch gaat de Utrechtse asbestzaak uiteindelijk niet over asbest, maar over vertrouwen. Over wat je wel –

en zeker niet – moet doen op het moment dat burgers een risico zelf niet kunnen inschatten, wat voor risico dat ook is. Ik heb het boek vooral geschreven om lessen te trekken. Mogelijk dat bestuurders, en iedereen die verder bij crisis- en risicocommunicatie betrokken is, er hun voordeel mee kunnen doen wanneer ook zij, van het ene op het andere moment, vol in de schijnwerpers komen te staan.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels