artikel

Creativiteit nodig in ontwikkeling esco

bouwbreed

Energy service companies (esco’s) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Esco’s zijn een betrekkelijk nieuw fenomeen en daarmee onderhevig aan kinderziekten. Volgens Piet Oskam is in deze fase van de ontwikkeling vooral creativiteit nodig.

Een eco is een zelfstandige entiteit, waarbinnen de energievoorziening wordt ontworpen, aangelegd en onderhouden. Met zo’n separate rechtsvorm wordt het klassieke dilemma van de split incentive doorbroken. Eigenaren en gebruikers van gebouwen hebben een uiteenlopend belang bij energiebesparing. De kosten komen voor rekening van de eigenaar, de opbrengsten vallen de gebruiker toe. Die gespletenheid is een belangrijke blokkade voor investeringen in duurzaamheidsmaatregelen. Een esco kan dan uitkomst bieden. De Gemeente Rotterdam maakt op een aansprekende wijze gebruik van esco ’s bij het verlagen van de energielasten van de plaatselijke zwembaden. Her en der in het land zijn er baanbrekende initiatieven, waarbij gedreven trekkers tegen complexe vragen aanlopen.

Specifieke expertise

Voor de opzet van een esco is specifieke expertise nodig, zowel op technisch, bedrijfskundig, juridisch en financieel terrein. De aanloopkosten zijn aanzienlijk waardoor esco’s moeizaam van de grond komen. Inmiddels zijn er twee esco netwerken.De klassieke energievoorziening kent een heldere marktafbakening en een duidelijke rolverdeling voor de spelers. Er zijn aanbieders en vragers van energie. Bij esco s ligt dit heel anders. Vragers worden aanbieders. De energiepotentie van het eigen gebouw of gebied wordt verkend en benut. Traditionele energieleveranciers krijgen te maken met een heel andere rol, dan die zij voorheen hadden. In deze fase van de esco-ontwikkeling is vooral creativiteit nodig. Bestaande patronen moeten worden doorbroken. Klassieke tegenstellingen overbrugd. Kennisdomeinen worden verruimd. Het beste kunnen alle esco-geïnteresseerden met elkaar samenwerken aan de verdere doordenking en uitwerking van het esco-potentieel. In ons land ontstaan al snel organisaties, die zich over een nieuw thema ontfermen. Zo zijn er inmiddels twee esco-netwerken, die naast elkaar bestaan. Het ene netwerk is een particulier initiatief, waaraan vijftien toonaangevende marktpartijen meewerken. Het andere esco-netwerk is ontstaan uit een gesubsidieerd project van AgentschapNL en organiseert voor geïnteresseerden kosteloze denksessies. Het eerste netwerk profileert zich als aanbieders van esco, het tweede netwerk wil vooral vragen van de vragende partijen centraal stellen. Voor deze fase in de ontwikkeling is dit een onhoudbare tweedeling. Het is fnuikend voor de noodzakelijke innovatie als de vragende en aanbiedende partijen zich bij voorbaat al separaat gaan organiseren.

Juist de cross-over tussen probleemeigenaren en oplossers leidt tot nieuwe inzichten. Opvallend is dat AgentschapNL, een volledig door het Ministerie van Economische Zaken betaalde semi-ambtelijke organisatie, in beide netwerken aan tafel zit. Juist deze organisatie zal moeten begrijpen dat voor het aanjagen van een innovatie veel verwacht kan worden van de botsing tussen verschillende visies en standpunten. Juist dan ontstaat er ruimte voor nieuwe inzichten, die volop nodig zijn om de esco-ontwikkeling een zinvolle impuls te geven. Als in de ideeënfase de tegenstelling tussen vragers en aanbieders wordt geformaliseerd, ontstaat een onnodige patstelling waardoor de innovatie stagneert. De schaarse vergadertijd van alle betrokkenen dwingt er ook toe met onmiddellijke ingang alle al of niet gesubsidieerde inspanningen binnen één herkenbaar netwerk onder te brengen. Dan ontstaat een esco-netwerk, dat echt werkt en dat een substantiële bijdrage kan leveren aan de verdere doordenking van de financierbaarheid, opschaalbaarheid en mogelijke standaardisatie van esco‘s.

Nuttige kruisbestuiving

In het ideale esco-netwerk participeren zowel technische, financiële als juridische partijen, die de belangen en standpunten van energievragende én energieleverende partijen begrijpen en kunnen overbruggen. Dat geeft een nuttige kruisbestuiving, die een vruchtbare voedingsbodem levert, waarop haalbare en betaalbare esco-initiatieven kunnen opbloeien. In Nederland bestaat een technisch besparingspotentieel van circa 4,7 petajoule per jaar(446 miljoen euro per jaar) in bestaande utiliteitsgebouwen. Het marktpotentieel voor esco-dienstverlening voor de komende jaren is circa 0,86 petajoule per jaar (69 miljoen euro omzet per jaar). Dat vraagt van marktpartijen een integrale aanpak, zoals ook innovatieve bouwprocessen alleen met betrokkenheid van alle relevante schakels tot stand kunnen komen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels