artikel

Werelwijde standaard projectmanagement

bouwbreed

De introductie van ISO 21500 is een belangrijke stap verder in de professionalisering van het vakgebied projectmanagement, vindt Pieter van der Knaap. Enerzijds hebben de internationale vakverenigingen voor projectmanagement bewezen samen tot resultaat te kunnen komen, anderzijds ligt er een stevig fundament, voor de verder ontwikkeling van het vakgebied. De huidige praktijk kenmerkt zich door veel verschillende projectmanagementmethoden. In het woud van projectmanagementmethoden is een ‘wegwijzer voor methoden bij projectmanagement’ nodig om te weten waar je aan toe bent. Deze wegwijzer kan overboord met de komst van de nieuwe ISO 21500 richtlijn voor projectmanagement dit najaar. Deze nieuwe internationale richtlijn wordt de nieuwe standaard voor projectmanagement en wordt gedragen door de drie grootste internationale vakorganisaties voor projectmanagement: IPMA, Cabinet Office (Prince2) en PMI. Dit is een grote stap vooruit.

Voorvechters

De Nederlandse projectmanagementmarkt wordt vandaag de dag gedomineerd door:

• ‘Projectmatig werken bij de hand’ van Twynstra Gudde, breed toegepast in de bouw;

• De Prince 2- methode, een methode die van oorsprong ontwikkeld is vanuit het standpunt van de opdrachtgever wat mede blijkt uit het expliciete gebruik van de business case;

• Het competentiedenken van IPMA, waarbij de Nederlandse competentie baseline een prima leidraad is voor de ontwikkeling van de individuele projectmanagers, waarbij adviseurs een aanpak hebben geschreven.

Voor alle methoden zijn voorvechters te vinden die heilig geloven in de aanpak. Echter, moet je kiezen en volledig gaan voor een aanpak? Of hebben we het hier meer over verschillende instrumenten die een projectmanager uit zijn ‘gereedschapkist’ kan pakken? En zijn ze als puntje bij paaltje komt wel zo verschillend?

Ik zie de verschillende methoden en standaarden als onderdeel van de gereedschapskist van de individuele projectmanager. De uitdaging voor organisaties is dat het vraagstuk hier niet ophoudt. De voorkeur is dat alle projectmanagers dezelfde basisprincipes hanteren en dezelfde taal spreken ter voorkoming van misverstanden. Het zou helemaal fantastisch zijn als ook klanten en leveranciers deze taal en basis delen.

Daarin ligt de waarde van een algemeen aanvaarde onafhankelijke standaard, waarin de definities en principes van projectmanagement internationaal zijn vastgelegd. Een wereldwijde standaard dus.

De nieuwe ISO 21500 richtlijn beschrijft helder en overzichtelijk de reeds algemeen aanvaarde basisprincipes en definities van projectmanagement. Voor iedere ervaren projectmanager zal de inhoud bekend voorkomen. Bij een vergelijking van de ISO 21500 richtlijn met zowel Prince 2 als de PMBoK in de interessegroep ISO2 1500 bleek dat beide voor 95 procent met ISO 21500 overeenkomen. Verbazingwekkend gezien de onderlinge strijd. De winst van ISO 21500 is dat een onafhankelijke instantie de basisprincipes van projectmanagement eenduidig op papier heeft gezet. Iedere organisatie kan haar methode hieraan spiegelen. Komt de gehanteerde aanpak overeen met ISO 21500? Dan zit deze qua basis goed in elkaar.

Onafhankelijk

Deze onafhankelijke, wereldwijd gedragen basis maakt het mogelijk om onafhankelijk van methoden op een objectieve wijze vast te stellen of organisaties op een professionele wijze hun projecten managen. Het zou mij dan ook niet verbazen als, op termijn, projectmanagement conform ISO 21500 als eis in aanbestedingen wordt gesteld.

Een tweede ontegenzeggelijk voordeel zit in de gemeenschappelijk taal. Door projectmanagement definities en processen eenduidig vast te leggen kunnen misverstanden worden voorkomen en verwachtingen makkelijker worden gemanaged. Want vanaf het najaar kan er altijd terug worden gevallen op de internationale standaard, waarin staat gemeld wat een projectmanager gedurende ieder fase van het project moet hebben geregeld.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels