artikel

Opzegging en schadevergoeding

bouwbreed

De opdrachtgever kan een overeenkomst van aanneming van werk op diverse manieren voortijdig beëindigen. De wet biedt de mogelijkheid tot ontbinding en opzegging. In sommige gevallen biedt de overeenkomst ook nog de mogelijkheid van opzegging, beëindiging in onvoltooide staat of een beëindiging die aansluit bij de wettelijke figuur van ontbinding.

Om te kunnen ontbinden op grond van de wet is een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst vereist die de ontbinding rechtvaardigt. Het gevolg van ontbinding is dat partijen zijn bevrijd van de nog niet nagekomen verbintenissen en de reeds ontvangen prestaties ongedaan maken. Ook kan nog voor oplevering een aannemingsovereenkomst worden ontbonden als waarschijnlijk is dat het werk niet op tijd of niet behoorlijk zal worden opgeleverd. Dan is echter tussenkomst van de rechter vereist die de rechtsgevolgen van de ontbinding zal bepalen.

De contractuele mogelijkheden om een overeenkomst te beëindigen, hebben de gevolgen die in de betreffende overeenkomst zijn bepaald. (zie bijvoorbeeld paragraaf 14 van de UAV 1989 voor beëindiging in onvoltooide staat.)

Van de wettelijke mogelijkheid tot opzegging van een aannemingsovereenkomst (art. 7:764 BW) kan de opdrachtgever te allen tijde gebruik maken. Hij moet vervolgens wel de voor het hele werk geldende prijs betalen verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien. Bij de rechtbank Groningen (30-11-2011, LJN BU8794) was een opzegging van een aannemingsovereenkomst aan de orde waarbij de opdrachtgever ook nog schadevergoeding op basis van wanprestatie vorderde. De opdrachtnemer stelde dat na opzegging van een overeenkomst geen wettelijke grondslag is op basis waarvan schadevergoeding kan worden gevorderd. Voor hem ligt het voor de hand om bij wanprestatie ontbinding te vorderen. De opdrachtgever hoeft dan immers niet volgens art. 7:764 lid 2 BW af te rekenen.

De stelling van de opdrachtnemer dat na opzegging geen schadevergoeding kan worden gevorderd, deelt de rechtbank echter niet. Een succesvolle vordering tot schadevergoeding is mogelijk wanneer de opdrachtgever een aanspraak heeft uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming waarbij sprake is van verzuim, ontstaan vóór opzegging. De opzegging beëindigt namelijk de overeenkomst in de toekomst en laat bestaande aanspraken onverlet.

Omdat de opdrachtnemer in de zaak voor de rechtbank Groningen op de overeengekomen dag niet had geleverd en de opdrachtgever niet in schuldeisersverzuim verkeerde, was sprake van een toerekenbare tekortkoming van de opdrachtnemer op het moment dat werd opgezegd. De opdrachtnemer werd daarom veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding.

Juridisch stafmedewerker Instituut voor Bouwrecht, Den Haag

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels