artikel

Ketenintegratie is langeademproject

bouwbreed

Ketenintegratie in de bouw krijgt de laatste tijd veel aandacht. Dat is begrijpelijk, immers het vooruitzicht van betere kwaliteit tegen lagere kosten doet het goed in tijden van economische crisis. Volgens Jack van der Veen en Marcel Noordhuis vraagt ketenintegratie diepgaande veranderingen.

In de bouw- en renovatiesector wordt de laatste jaren veel gesproken over ketenintegratie. In zijn essentie gaat ketenintegratie over langdurige (projectongebonden) samenwerking tussen de verschillende partijen in de bouwkolom om zo betere kwaliteit tegen lagere kosten en ook nog eens energiezuinige gebouwen te realiseren. Juist in tijden van economische crisis en grote vraag naar duurzaamheid is de belofte van ketenintegratie te mooi om simpelweg te negeren.

Zoals dat dikwijls gaat met innovatieconcepten, wordt ketenintegratie vaak met de mond beleden, maar zijn echte toepassingen zeldzaam. De boekenkasten staan vol met bewijs dat ketenintegratie echt werkt en er zijn tal van voorbeelden uit andere industrieën waar de toepassing van ketenintegratie daadwerkelijk ‘gouden bergen’ heeft opgeleverd. De bouwsector blijft echter nog ver verwijderd van dit eldorado.

Bedrieglijk simpel

Het concept ketenintegratie is bedrieglijk simpel. Daardoor zijn er veel bedrijven die van mening zijn dat initiatieven tot ketenintegratie de nieuwe kleren van de keizer zijn; zonder veel schroom noemen ze zichzelf ‘specialist in ketenintegratie’, immers, zo redeneert men, ze werkten altijd al samen aan projecten met hun ketenpartners. Zo wordt de term ketenintegratie een handig commercieel trucje om gemakkelijker bij de opdrachtgever aan tafel te schuiven. Zulke reacties zijn misschien begrijpelijk maar ontkennen de economische wetten die onder het concept van ketenintegratie liggen.

Helaas is het implementeren van ketenintegratie verre van simpel. Het vraagt aanpassingen van de ondernemingstrategie, van de manier van organiseren, het monitoren van prestaties en van de (samenwerk-)cultuur en dat werkt alleen bij een fundamentele gedragsverandering.

David Maister introduceerde de treffende metafoor van het fat smoker syndrome. Iedereen die rookt, te veel eet, drinkt en/of te weinig beweegt weet dat dit slecht voor hem/haar is. Er zijn tal van diëten, sportscholen en andere programma’s om je naar een gezond leven te helpen. Maar dit lukt uiteindelijk alleen als je een fundamentele en permanente verandering in je dagelijks gedrag weet te realiseren. En dat valt waarachtig niet mee.

Begin jaren maakte Michael Hammer al een messcherpe analyse van de gebreken van de moderne organisatie. In zijn visie komen die gebreken voort uit twee principes van organisatieontwerp: (1) de onderverdeling van het werk in specialismen; en (2) een hiërarchisch opgebouwde bedrijfsleiding met een focus op control. De problemen die deze twee principes samen veroorzaken zijn onder andere: ondoordringbare schotten tussen specialismen, eigen deelbelang voorop stellen, gebrek aan klantfocus en veel bestuurlijke drukte van dure (top)managers die nauwelijks waarde toevoegen.

Het concept van ketenintegratie introduceert samenwerking tussen disciplines, klantfocus en procesondersteuning door topmanagement. Om dat te realiseren moet eerst de bijl aan de wortel van beide ontwerpprincipes gezet worden. Specialisten moeten samenwerken in multifunctionele teams. De topmanager ondersteunt de werkplaats. De klantfocus komt in de haarvaten van alle ketenpartners. Van de mensen op de bouwplaats wordt een brede verantwoordelijkheid en ondernemerschap verlangd. Kortom, er wordt een fundamentele en permanente gedragsverandering gevraagd. Dus is het geen wonder dat het dikke roker syndroom de kop opsteekt.

Niets is moeilijk voor hen die willen. Het dikkerokersyndroomkan overwonnen worden, maar dan moet je het wel echt, heel echt willen. Ketenintegratie kan worden gerealiseerd als we kleine stapjes uitzetten, de langetermijndoelen goed voor ogen houden, doorzetten bij onvermijdelijke moeilijke momenten, en niet anderen de schuld geven of de verantwoordelijkheid afschuiven maar er als een echte ondernemer iets aan doen. En, erg belangrijk, om echt iets te veranderen is een lange adem nodig. Immers, leren doe je niet in een project maar over projecten heen en dat kan op korte termijn betekenen dat projecten die traditioneel uitgevoerd worden in het begin beter presteren dan projecten die in ketenintegratie worden uitgevoerd.

Auteurs zijn respectievelijk hoogleraar Supply Chain Optimisation aan de Universiteit van Amsterdam enpromovendus op het onderwerp faalkostenreductie door ketensamenwerking (UvA) en director bij Deloitte Real Estate Advisory

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels