artikel

Juridisch: Boetebeding en matiging

bouwbreed

In bouwcontracten en algemene voorwaarden worden regelmatig boetebedingen opgenomen. Op grond van bijvoorbeeld paragraaf 42 lid 1 UAV 1989 kan de opdrachtgever wegens te late oplevering van het werk aan de aannemer een korting op de aanneemsom opleggen. Als partijen een dergelijk boetebeding zijn overeengekomen en de opdrachtgever doet daar een beroep op, rijst de vraag of de aannemer een beroep op matiging van die boete kan doen.

Recent heeft de Hoge Raad (16 september 2011, LJN BQ8098) bevestigd dat alleen onder bijzondere omstandigheden grond is voor matiging.

Op grond van artikel 6:94 BW kan de rechter een overeengekomen boete matigen als de billijkheid dit eist. Uit artikel 6:94 lid 3 BW volgt dat partijen deze matigingsbevoegdheid niet mogen uitsluiten. De Hoge Raad kreeg in het arrest te oordelen over de maatstaf die moet worden aangelegd bij matiging. Onder verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad (27 april 2007, LJN AZ6638) overweegt de Hoge Raad dat moet worden uitgegaan van een terughoudende maatstaf, die meebrengt dat eerst onder bijzondere omstandigheden grond voor matiging is. Pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, mag de rechter van zijn bevoegdheid tot matiging gebruikmaken.

Daarbij moet de rechter niet alleen letten op de verhouding tussen de werkelijk geleden schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, inhoud en strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

Een uitspraak waarin een overeengekomen boete werd gematigd, is die van het Gerechtshof Amsterdam van 1 februari 2011 (LJN BP7570). Het ging om een boetebeding in een koopovereenkomst van een te leveren woning. Er was sprake van een te late levering omdat een handtekening noodzakelijk was van de voormalige echtgenoot van verkoopster, terwijl deze voormalige echtgenoot enige tijd onvindbaar was. Het Gerechtshof was van oordeel dat de hoogte van de boete, gelet op de verhouding tussen de schade en de hoogte van de boete en alle overige omstandigheden, buitensporig was. De overeengekomen boete van 62.400 euro werd gematigd tot een bedrag van 40.000 euro.

Advocaat bij Severijn Hulshof advocaten

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels