artikel

Hoofdconstructeur levert veel geld op

bouwbreed

Gaat het wel goed met de veiligheid bij bouwen, wonen en werken? De overheid kiest er nadrukkelijk voor om verantwoordelijkheid bij marktpartijen neer te leggen. Frens Pries en Frank Maatje vragen zich af of onze bouwsector wel in staat is om constructieve veiligheid structureel vorm te geven.

Het beleid van het kabinet is helder: de markt moet het enerzijds zelf maar regelen, en anderszijds vragen bezuinigingen nou eenmaal offers. Een risicoloze maatschappij bestaat niet; shit happens!(hoewel bestuurders dit natuurlijk niet hardop zeggen!). Dit heeft consequenties voor de overheidsbemoeienis met (constructieve) veiligheid. Toezicht wordt vanouds georganiseerd vanuit gemeenten (eerstelijns toezicht). Het tweedelijns toezicht (toezicht op toezicht door VROM-inspectie) wordt in de praktijk min of meer ontmanteld. En niemand zal ontkennen dat ook het eerstelijns toezicht onder druk staat. Controles door BWT (Bouw- en Woningtoezicht) op de bouwplaats zijn schaars en er werken helaas steeds minder vakmensen. Eerstelijns toezicht krijgt steeds meer het karakter van een administratieve toets: er wordt gekeken of de juiste papieren aanwezig zijn. Hierbij moeten we vermelden dat er een groot kwaliteitsverschil is tussen gemeenten. Een ook het beeld van de lusteloze bureaucratische ambtenaar is ver bezijden de werkelijkheid: BWT heeft in de praktijk vaak een hele nuttige bijdrage en voorkomt veel ellende in het bouwproces. Marktpartijen moeten het dus gaan doen en dat is in theorie prachtig!

Formeel is de opdrachtgever verantwoordelijk voor die veiligheid, maar omdat 80 procent van de opdrachtgevers bouwondeskundig is, beseft vrijwel niemand zich dit. Dus moet de (veelkoppige) bouwkolom het doen. Traditioneel was de hoofdconstructeur verantwoordelijk voor de constructieve veiligheid en de technische integratie van de verschillende disciplines. De positie van de hoofdconstructeur staat echter onder druk; opdrachtgevers kunnen snel even 30.000 euro besparen door het constructief ontwerp bij een bouwbedrijf neer te leggen.

In de praktijk is het dus vaak de projectleider van een bouwbedrijf die verantwoordelijk is voor constructieve veiligheid. Natuurlijk zit niemand te wachten op nodeloze bureaucratie, maar de veronderstelling dat een projectleider in de hectiek van alledag automatisch de juiste keuzen zal maken is tamelijk naïef. Deze functionaris, die vaak veertig tot zeventig onderaannemers moet coördineren die allen op de laagste prijs zijn geselecteerd, moet besluiten nemen die onze veiligheid betreffen. En daarbij gaat het zowel om de veiligheid van werkers in de bouw, maar ook om de constructieve veiligheid van bewoners en gebruikers.Bouwbedrijven willen graag meer invloed en zijn dus blij met hun nieuwe rol. Maar hebben ze voldoende deskundigheid in huis om die nieuwe verantwoordelijkheid kracht bij te zetten? Bouwers hebben altijd flink geleund op extern toezicht. Er zijn ook nu bouwpartijen die er graag een externe partij bijhalen. Als we constructieve veiligheid niet snel beter invullen, zullen we flinke ongelukken gaan meemaken in de komende jaren. Constructieve veiligheid is iets dat je er niet even ‘bij’ doet, of dat je individueel kunt oplossen; daar zijn spelregels voor nodig. We moeten met elkaar vragen beantwoorden. We noemen er er een paar.

Kwaliteitstoets

Er worden in Nederland ongeveer veertig verschillende softwarepakketten gebruikt voor constructieve berekeningen, maar hier ontbreekt een goede kwaliteitstoets. Het loutere feit dat voor eenzelfde rekenopgave de pakketten verschillende uitkomsten geven moet toch te denken geven. Vinden wij het wel zo’n goed idee om iemand die verantwoordelijk is voor de winst of verlies van een bouwproject ook over de constructieve veiligheid gaat? Veel opdrachtgevers maken gebruik van een onafhankelijke en deskundige derde partij die weer toezicht gaat houden op de bouw; eigenlijk de rol die BWT traditioneel vervult. Maar hoe onafhankelijk is zo’n onafhankelijke derde eigenlijk en hoeveel bureaucratie gaat dat opleveren?

Zo zijn er nog veel zaken te bespreken, die nog niet zijn opgelost of die langzamerhand aan het groeien zijn. Maar ondertussen wordt er nog elke dag gebouwd, soms in een lastige vechtmarkt. Naar onze mening moeten we nog maar eens goed heroverwegen of we het principe van de hoofdconstructeur echt los moeten laten. Het blijft een vakgebied om ontzag voor te hebben; een goede constructeur kost geld, maar levert ook heel veel (geld) op! En natuurlijk is er ook in constructeurland veel verschil in kwaliteit, maar iemand die in het Constructeursregister is opgenomen, heeft gegarandeerd kwaliteit in huis. En kennis en kunde zijn voor ons nog altijd meer garantie dan papier en procedures.

Frens Pries en Frank Maatje, Respectievelijk directeur Betonvereniging en directeur Bouwen met Staal.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels