artikel

‘Aan een konijn verdien je als ontwikkelaar niets’

bouwbreed Premium

Walter Kooy, directeur van het Nationaal Groenfonds, heeft een tip voor wie niet meer weet wat te doen met aangekochte grond. Investeer eerst in bomen, vijvers en vogels en bouw pas later de woningen.

Op papier zijn milieubeheerders en projectontwikkelaars elkaars natuurlijke vijanden. De een beschermt de omgeving, de andere wil er juist bouwen. Crisistijd is geen tijd om elkaar in de haren te vliegen, vindt Kooy. Sterker nog: om tot enige bouwproductie te komen en nieuwe natuurgebieden aan te leggen, hebben ze elkaar hard nodig. Dat besef begint volgens hem langzaam ook door te dringen bij investeerders.

De directeur van een relatief kleine bank krijgt steeds vaker projectontwikkelaars aan zijn bureau die hun heil zoeken bij de natuur. Zij komen met plannen, waarin de huizenkopers tegelijkertijd investeren in een nog aan te leggen park. “Ik krijg regelmatig telefoontjes van ontwikkelaars die met soortgelijke plannen op de proppen komen. Nee, ik hoef nog geen dranghekken neer te zetten, maar de interesse is wel concreet.” Namen kan Kooy niet noemen, omdat bepaalde informatie over grondposities gevoelig is.

Nationaal Groenfonds opereert in een nichemarkt. “Onze doelstelling is financiering van de aanleg en het beheer van natuur en landschap, maar ontwikkeling komt er steeds vaker bij.” De directeur concludeerde begin deze week dat natuurorganisaties zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten meer op eigen benen moeten staan. De overheid gaat immers flink bezuinigen op natuursubsidies.

Minder geld

“Wat dat voor ontwikkelaars betekent? Aan een konijn verdien je niets, maar het onderhouden van natuur is meer dan dat. In natuurgebieden wordt ook gebouwd. Soms een windturbine, een brug of een horecavoorziening.”

Het kabinet draait de geldkraan voor de helft dicht. Nieuwe oplossingen zijn volgens Kooy nodig om natuurprojecten toch van de grond te krijgen. De stagnerende woningbouw kan daarbij helpen. “In het verleden is veel grond van boeren verkocht aan ontwikkelaars voor woningbouw. Door de crisis vielen die plannen stil. Ik zeg: kijk in combinatie. Als je nu een natuurgebied inricht en je maakt het aantrekkelijk dan kun je daar later een plan ontwikkelen voor de gewenste woningbouw. De grond is er toch al.”

Hoe krijg je ontwikkelaars zo ver om in bomen te investeren? Kooy ziet in dat het een andere manier van denken vereist. Een ‘switch of mind’: “De grond is in bezit, dus de grootste investering heb je al gedaan. Als je het terugverkoopt aan de boer maak je bovendien ook verlies. Wees als ondernemer creatief. Praat eens met een gemeente over haar wensen. Op die manier wordt de natuur ook weer meer van de burger.”

Wat als ik wil investeren in de natuur? “Zorg eerst voor marktinformatie. Ga dan met de gemeente praten om te kijken wat mogelijk is. Niet om geld los te krijgen, maar om te zorgen dat het plan ruimtelijk mogelijk wordt gemaakt met een vergunning.”

Het lijkt de wereld op zijn kop. De vastgoedontwikkelaar die zijn centen steekt in vogels. Kooy weerspreekt dat de relatie tussen ondernemen en natuur altijd ver te zoeken is en gelooft in het concept. “Maar je kunt hiermee niet alle problemen oplossen. De overheid zal altijd een rol moeten blijven spelen, met geld én met regelgeving.”

Reageer op dit artikel